Een jaar geleden wilde de discussie nog niet echt losbranden, maar het lijkt of nu de doos van pandora eindelijk open is. De abortus wetgeving die al 20 jaar niet meer echt onderwerp van gesprek is, krijgt openlijk kritiek. En dat is maar goed ook: de argumenten om de huidige abortus praktijk te rechtvaardigen overtuigen niet meer. En de inzet is hoog: gezonde, ongeboren kinderen mogen totdat ze bijna levensvatbaar zijn, gedood worden.

De aanleiding voor de huidige discussie is de 20 weken echo die elke zwangere vrouw sinds kort aangeboden krijgt. Er wordt dan gekeken of er iets mis is met het kind. Omdat het mogelijk om tot 24 weken abortus te plegen, zijn veel mensen bang dat er nu meer kinderen om weinig ernstige ‘afwijkingen’, zoals een hazenlip, geaborteerd worden. Een onderzoek van de EO wees uit dat de afgelopen jaren inderdaad enkele gevallen van abortus vanwege een hazelip uitgevoerd zijn. Politieke partijen reageerden ‘geschokt’ — wat nogal opmerkelijk is, omdat nu zonder wat voor medische indicatie dan ook abortus mogelijk is. Het enige criterium is ‘de nood van de moeder’ — en de moeder mag zelf bepalen of zij in nood is.

Het debat over abortus raakt aan een aantal fundamentele kwesties: wanneer is iets leven? Welk leven is de moeite van het leven waard? Hoeveel zeggenschap hebben mensen over het begin van leven? De emotionele lading maakt dat de discussie niet met argumenten maar vooral met verhalen gevoerd wordt.

Degenen die voor abortus zijn, vertellen over de tienermeisjes die dood gaan een vieze breinaald of de dupe zijn van onverantwoordelijke vriendjes. Zonder de mogelijkheid van een goede abortus wacht hen een afhankelijk leven zonder opleiding en geld. Kernwoord in deze verhalen is autonomie. Abortus maakt het mogelijk om baas te zijn over eigen buik en leven.

De tegenstanders vertellen horror verhalen over abortus omdat het kindje een hazelip heeft of het gezin op skivakantie wil. De abortus praktijk leidt tot een brave new world waar voor verstandelijk gehandicapten geen plaats meer is. Kernwoord in deze verhalen is verantwoordelijkheid. Mensen die een zwangerschap veroorzaken moeten de consequenties dragen van wat ze zelf veroorzaakt hebben. Daarbij kunnen ze geholpen worden, maar abortus is geen ‘exit-optie’.

Welke van deze verhalen zijn waar? Beide hebben hun waarheid, maar ik denk dat het autonomie verhaal zijn glans verloren heeft.

Ik ben een groot voorstander dat mensen controle over hun leven hebben, maar ik ben er niet van overtuigd dat de huidige abortuspraktijk daar voldoende aan bijdraagt. Zonder de ernstige verhalen over illegale abortussen te kort te doen, denk ik dat er in Nederland voldoende mogelijkheden gecreeërd kunnen worden om abortus in de meeste gevallen overbodig te maken. We praten nu over gratis kinderopvang om meer vrouwen aan het werk te krijgen, gratis opvang i.p.v. abortus moet dus ook mogelijk zijn.

Het wordt tijd dat we ons opnieuw gaan afvragen hoe we autonomie het beste kunnen bevorderen, zonder onze verantwoordelijkheid te ontlopen. De mogelijkheid van abortus moeten we beperken. Het aantal weken tot welke abortus mogelijk  is, zou sterk naar beneden moeten en een medische indicatie zou een meer bepalende rol moeten spelen.

Vanaf 25 weken is een kind levensvatbaar. Artsen proberen te vroeg geboren kinderen vanaf deze grens in leven te houden. Tot 24 weken is abortus zonder meer mogelijk. Het verschil tussen leven en dood is maar één week. Is dat autonomie? De discussie over abortus moet heropend worden.
Links