Foto: Public Domain Photos, Flickr

De Nederlandse regering wil graag een tweede kerncentrale in Borssele openen en is van plan de lessen van Fukushima mee te nemen. Maar wat zijn die lessen dan? En wat gebeurt er als er toch een probleem ontstaat?

Het kan: veiligere kerncentrales

Een van de lessen van Fukushima is dat kerncentrales beter beveiligd moeten worden. En dat kan. De centrale in Fukushima werd beveiligd door backup koelsystemen: als er wat mis zou gaan met de reguliere koeling, zouden die het werk overnemen. Dat is dus mislukt. Maar er zijn nieuwe ontwerpen die werken met “passieve veiligheid”, waarbij geen stroom nodig is om de reactor te koelen. Ook zijn er “inherent veilige” ontwerpen. Zo kan uranium in grafietballen gestopt worden. Op het moment dat de reactor te warm wordt, zorgt het grafiet dat de kernreactie automatisch stopt. Oververhitting, die in Fukushima voor de problemen zorgt, zou bij deze ontwerpen dus niet voor kunnen komen.

Meer veiligheid kost geld

Het grote probleem van nieuwe ontwerpen is echter dat ze geld kosten. Kerncentrales zoals Fukushima en ook Borssele zijn gemaakt met beproefde en bekende technieken. Andere typen kerncentrales moeten eerst uitgebreid getest worden. Dit kost tijd en veel geld.

Daarbij zullen ook de veiligheidseisenaangeschroefd worden. Denk aan meer controles van oude centrales en hogere materiaalkosten bij nieuwe. Meer veiligheid kost dus geld.

Evacuatie plannen

Mogelijke evacuatiezones. Bewerking van Bing Maps, Microsoft

Ook als er iets mis gaat, moet de Nederlandse regering voorbereid zijn op hoge kosten. Als er in Borssele een vergelijkbare ramp als in Fukushima plaatsvindt, moet bijna geheel Zeeland binnen blijven of geƫvacueerd worden: meer dan 200.000 mensen in een straal van 30 km rondom Borssele. Ook de haven van Rotterdam zou mogelijk stilgelegd moeten worden.

Kortom, de belangrijkste les van Fukushima lijkt dat kerncentrales veiliger kunnen, maar dat daar hoge kosten aan verbonden zijn.

Bron: Grist, geencommentaar, hetkanWel

Lees ook