Alex E. Proimos, Flickr.com

Alex E. Proimos, Flickr.com

Eten weggooien, kant-en-klaar maaltijden aanschaffen, de droger aanzetten of de nieuwste gadgets kopen: voor ons is het allemaal heel normaal. Voor onze grootouders, die de Grote Depressie of de oorlog nog hebben meegemaakt, niet. Zij leerden in die periode één belangrijke les, die ze hun hele leven zijn blijven volgen: ‘Use it up, wear it out, make it do, or do without’. Als gevolg daarvan, waren onze grootouders ongemerkt heel groen bezig. Wie nu duurzamer en groener wil leven, kan dus best iets leren van opa’s en oma’s. Hierbij 7 voorbeelden.

1. Gebruik regenwater
Vroeger werd gewacht op regen. Tegenwoordig kunnen we niet wachten tot het stopt met regenen. Vreemd, want we betalen geld voor water, terwijl dat met enige regelmaat ook gratis uit de lucht komt vallen. Regel wat regentonnen en bespaar flink op de waterrekening. Het water kun je onder meer gebruiken voor de tuin, als drinkwater voor dieren, het wassen van de auto en het schoonmaken van de straat. Eventueel kun je er zelfs het toilet mee doorspoelen.

2. Droog de was buiten
Onze oma’s hadden geen drogers en geen supersonische droogmolens; gewoon een touwtje tussen twee bomen of twee haakjes. Een paar touwtjes voor een groter gezin. De was op deze manier buiten drogen bespaart per wasbeurt niet alleen ruim 2 kilo co2-uitstoot, maar spaart ook de kleding. In de droger krimpt was of kan het beschadigen, waardoor reparaties of vervanging sneller nodig zijn.

3. Koop minder
Onze grootouders kochten niet zoveel. Alleen wat écht nodig was. Zo werden geen grondstoffen verspild aan dingen die na gebruik weer weggegooid werden. Ook nu kun je duurzamer bezig zijn door minder te kopen. Denk voor elke aankoop eens na: ‘Heb ik dit echt nodig?’ Vraag jezelf af waar je het neerzet en of je zin hebt om het elke week schoon te maken. Als het antwoord op deze vragen niet volmondig ‘Ja’ is, laat het dan gewoon staan.

4. Neem eigen eten mee
Van eigen ingrediënten macaroni maken kost nog geen euro voor een hele pan. Koop je het kant-en-klaar, dan bevat het niet alleen minder vitamines, maar betaal je ook nog eens gemiddeld drie euro voor een klein bakje. Voor een bord macaroni in een restaurant kun je zo vijftien euro betalen. Zelf eten meenemen is veel goedkoper en vaak nog gezonder ook. Bovendien bespaart het bergen plastic.

5. Verbouw eigen groenten
Je hoeft echt geen boerderij te hebben om zelf wat groenten en fruit te verbouwen. Onze grootouders toverden zelfs postzegeltuintjes om tot groente- en fruitschappen. Wortelen, prei, aardappelen en appels zijn voorbeelden van producten die het in de Nederlandse bodem goed doen. Begin op een klein stukje grond, ruil zaden en pootmateriaal met anderen en kijk hoeveel je op je wekelijkse boodschappen kunt besparen door in je eigen tuin te winkelen.

6. Ga voor goedkope entertainment
Wat is gezelliger: gebiologeerd naar een scherm staren of een spelletje rond de tafel doen? Onze grootouders hadden weinig andere vormen van vermaak en konden uren zoet zijn met een spelletje kaarten. Voordelig en veel milieuvriendelijker dan energieverslindende gadgets.

7. Laat waterflesjes links liggen
Waterflesjes zijn in Nederland niet aan te slepen. In 2006 werden er jaarlijks al ruim 210 miljoen gebruikt, in 2010 liep dat aantal op tot ruim 271 miljoen. En dat terwijl het water uit de kraan prima te drinken is. Onze grootouders zouden mooi een glas water uit de kraan drinken. Dat is nog (bijna) gratis ook.

Bronnen: echteheld.nl, MNN.com

Lees ook:
6 doe-tips voor de kerstvakantie
Prijs van groenten en fruit kunstmatig hoog
Zonneverf maakt van elk oppervlak een energiecentrale