Wereldwijd zijn er al meer dan 430 (enigszins) serieuze ecolabels die oog hebben voor allerlei aspecten van duurzaamheid. Maar grote winkels en bedrijven hebben last van de hoeveelheid labels en de onvergelijkbare criteria waar ze mee meten. Een groep van 85 bedrijven en universiteiten, waaronder Unilever, Ahold, Monsanto, en Coca-cola, probeert een einde te maken aan de wildgroei van labels.

Grote bedrijven werken met duizenden leveranciers die enorme hoeveelheden material moeten leveren. Als je als bedrijf wilt verduurzamen, moet je ook je leveranciers gaan controleren op duurzaamheid. Maar hoe doe je dat? Volgens Koen Boone, ecolabel-expert van Wageningen Universiteit is dat bijna een onmogelijke opgave: “Inkopers in retail zitten soms met hun handen in het haar. Je moet je voorstellen dat enorme bedrijven als Walmart werken met honderden zo niet duizenden leveranciers, die ze allemaal moeten controleren op hun duurzaamheid. Daar gaat enorm veel tijd in zitten om de juiste informatie boven water te krijgen.”

Ecolabels zouden kunnen helpen om snel duidelijk te krijgen hoe duurzaam een product is, maar de grote hoeveelheid verschillende labels maakt het eerder moeilijker dan makkelijk. Iedereen mag een eigen label oprichten en eigen criteria hanteren. Vaak zijn deze criteria onvergelijkbaar en richten ze zich op heel verschillende thema’s, zoals CO2 uitstoot, dierenwelzijn, biologische productie, fairtrade etc. Boonen is mede-oprichter van Ecolabel Index, een website die al van 431 labels bijhoudt welke criteria ze gebruiken.

Een groep grote bedrijven, waaronder Unilever, Walmart, Ahold en Coca-cola, heeft samen met universiteiten en maatschappelijke organisaties de Sustanability Consortium ingericht. Deze samenwerking probeert gestandariseerde vragenlijsten te ontwikkelen. Bedrijven kunnen dan met deze vragenlijst snel naar boven krijgen hoe duurzaam een bedrijf is. Bijkomend voordeel is dat toeleveranciers efficiënter kunnen werken: zij hoeven niet voor elk bedrijf dat inzicht in duurzaamheid wil verschillende informatie aan te leveren.

Maar zit hier niet een adder onder het gras? Natuurlijk is de onduidelijke situatie over labels niet handig voor verduurzaming. Het grote voordeel van labels is echter dat ze meestal door onafhankelijke organisaties uitgedeeld worden, en dat gebeurt hier niet. De vragenlijsten lijken op de slager die zijn eigen vlees keurt. Ook het lijstje van betrokken bedrijven stemt tot nadenken. Monsanto, een bedrijf waarvan milieuactivisten een rode waas voor hun ogen krijgen, is bijvoorbeeld een van de oprichters van het consortium.

Oftewel: is dit een oprecht initiatief om verduurzaming makkelijker te maken? Of is dit een slim plan om lastige eco-labels de doodsteek te geven? Het antwoord is nog niet duidelijk. In 2014 moet er een “gouden standaard” zijn voor 600 productcategorieën.

Bron: Management Team, Ecolabel Index

Lees ook

Zien wij het einde van het nucleaire tijdperk?

Zo ziet duurzaam Nederland eruit

De groenste groene stroom