Joost-Jan Kool. Foto: Joop

Het probleem gaat veel verder dan de manier waarop we met een dier omgaan of hoeveel CO2-uitstoot een methode genereert, aldus Joost-Jan Kool.

Vroeger kocht mijn opa elk jaar 30 vleeskuikens en mestte die vet in één van de vele schuurtjes op zijn erf. Na een week of 6 waren ze klaar om geslacht te worden. Het vangen ging makkelijk, want waar ze bij de start van hun verblijf nog een beetje bewegingsvrijheid hadden, zaten ze nu vet en onbeweeglijk opeengepakt in het hok.

(Advertentie)
Krijg snel de beste deal: vraag gratis en simpel offertes aan voor zonnepanelen, energiebesparing of een nieuwe CV-ketel.

Het klinkt misschien barbaars, maar dat slachten was een feest; we kwamen er speciaal een weekend voor logeren. Eerst hing mijn opa de dieren, vijf op een rij, aan hun poten op in een stropje. Vervolgens sneed hij met een scherp mes de koppen eraf. Nadat ze uit gesparteld waren, dompelde hij de kippen onder in kokend heet water, zodat de veren goed loslieten. Vervolgens werden de laatste verenrestjes weg geschroeid boven een spiritus vuurtje in een sigarenblik. Die geur van verbrande veren vermengd met de zurige lucht van de spiritus zal ik nooit vergeten. Tenslotte werden de ingewanden uit de kip gehaald, deed mijn oma ze in grote zakken en waren ze klaar om de vriezer in te gaan.

Lees het hele artikel op Joop.nl