Joel Salatin: ‘Ik boer goed.’ Video: René Eijsink, ikboergoed.nl

Joel Salatin was in Nederland. Salatin werd in 2011 door het Amerikaanse Time Magazine uitgeroepen tot de meest innovatieve boer ter wereld. De superboer verwierf internationale bekendheid als pionier en voorvechter van lokale voedselproductiesystemen door zijn bijdrages aan Michael Pollans boek ‘The Omnivore’s dilemma’  en de filmdocumentaire Food Inc‘. Salatin staat bekend om zijn pittige mening en eigenzinnige kijk op wat goed en eerlijk eten is.

Foto: Flickr, cheeseslave

Joel Salatin op de Polyface Farm. Foto: Flickr, cheeseslave

Voorafgaand aan zijn bezoek had hetkanWel de eer hem alvast aan de tand te mogen voelen over het vegetarische dieet, de prijs van gezond voedsel en de verantwoordelijkheden van ons, als consument.

Lokaal, milieuvriendelijk eten en een geïntegreerd voedselsysteem is waar het om draait bij Joel Salatin. Zelf runt Salatin de Polyface boederij in Virginia, de Verenigde Staten. Producten die geproduceerd worden op de boerderij worden alleen lokaal verkocht; geïnteresseerden die op meer dan 4 uur rijden van zijn bedrijf wonen verwijst hij naar dichterbij gelegen boerderijen. Alle gewassen en dieren op Salatin’s boerenbedrijf worden op een dusdanige manier verbouwd en gehouden dat het ecosysteem in tact blijft. Salatin zorgt er voor dat hij niet meer dieren houdt en zijn beesten niet meer mest produceren dan dat zijn land kan opnemen. De vleeskippen scharrelen elke dag op een stukje vers gras dat hierdoor ook automatisch bemest wordt. De superboer noemt zichzelf een ‘beyond-organic farmer’ omdat hij niet produceert voor de biologische certificatie maar vanuit een milieu-vriendelijke, ecologisch verantwoorde en duurzame visie.

Met dit in het achterhoofd wordt het hoog tijd om Joel Salatin verder aan de tand te voelen over zijn denkwijzen, principes en bedrijfsmethodes.

In het boek ‘Holy Cows and Hog Heaven’ stelt u dat een vegetarisch dieet schadelijk is voor mens en planeet. Dat vonden wij nogal verrassend. Kunt u daar wat meer over vertellen?

“Een vegetarisch dieet is inderdaad schadelijk. In feite is het een groot probleem. Er zijn maar weinig mensen die kunnen leven op een vegetarisch dieet. Eén van de redenen dat vrijwel alle diëten van onze voorouders vis- of vleesproducten als uitgangspunt hadden, is omdat we deze producten nodig hebben in ons ecosysteem. Dieren zijn nodig om de productiecirkel rond te krijgen. De enige natuurlijke manier om ervoor te zorgen dat akkers vruchtbaar genoeg blijven om groenten en fruit op te verbouwen, is door dieren te houden. Dieren zetten plantenafval namelijk om in vruchtbare grond. Alle vruchtbare grond op aarde is ontstaan doordat er plantenresten lagen of dieren of mensen hun uitwerpselen hebben achtergelaten. Als we volledig overgaan op een vegetarisch systeem en de dierlijke elementen uit het voedselsysteem halen, houden we niet genoeg voedingsstoffen over om het land op een natuurlijke wijze te bemesten. Bovendien zijn er tientallen studies die de positieve effecten van dieet met dierlijke eiwitten aantonen. Wij hebben zeer veel klanten voorbij zien komen die te maken hadden met huid- of vruchtbaarheidsproblemen of waarvan de kinderen leden aan autisme of een slechte hersenontwikkeling door een vegetarisch dieet. Als je terug gaat naar een dieet gebaseerd op hoe onze voorouders aten, vol met dierlijke eiwitten van grazend vee en scharrelkippen, dan verdwijnen deze ziektes.”

In theorie is het een mooi idee om de wereld te voeden met eten dat op een lokale en biologische wijze geproduceerd is. In hoeverre is dit echter realistisch, helemaal in een land als Nederland waar de bevolkingsdichtheid hoog en land schaars is?

“De manier waarop je duurzaam kunt blijven produceren is door het voedselsysteem meer te integreren in het dagelijks leven. We leven in een gescheiden voedselsysteem. Dit houdt in dat we ons eten op punt A produceren, de mest van punt B halen, voedsel bij punt C consumeren en ons menselijke afval vervolgens naar punt D brengen. Bij een integrale aanpak komen deze punten bij elkaar en komen dieren ook veel dichter bij mensen te staan. Momenteel doen we dat al met katten, honden, hamsters en andere huisdieren. Het probleem is echter dat we ons vee niet integreren in het dagelijkse leven. Neem bijvoorbeeld een kip. Historisch gezien leefden kippen altijd in de buurt van huizen. Ze aten de restproducten op en bemestten het land. Daarnaast produceerden de scharrelkippen eieren en vlees. Voedselproductie was op deze manier geïntegreerd in de samenleving in plaats van verbannen naar een megabedrijf ergens ver van de bewoonde wereld.”

Dus de kippen en varkens moeten terug de stad in?

“Precies, met name kippen moeten terug de stad in. Gemiddeld eet en poept een hond meer dan elf kippen. Bovendien is hondenpoep giftig en kippenmest niet. Kippenmest kun je bij wijze van spreken als slagroom op je taartje eten.”

Eet smakelijk.

“Het klinkt misschien gek of te vernieuwend maar het blijft een feit dat twee kippen in je huis nemen evenveel ruimte in beslag neemt als één hond. Het is simpelweg een keuze die je maakt. Ik zeg niet dat iedereen nu massaal zijn honden en katten in moet gaan ruilen voor kippen. Het voorbeeld laat echter wel zien waarom een gescheiden voedselsysteem zo inefficiënt is. Onze bevolkingsdichtheid zal blijven stijgen.

Foto: Flickr, Brian Johnson & Dane Kantner

“Het blijft een feit dat twee kippen in je huis nemen evenveel ruimte in beslag neemt als één hond” Aldus Joel Salatin op zijn Polyface Farm. Foto: Flickr, Brian Johnson & Dane Kantner

Daarom wordt het ook steeds belangrijker om een geïntegreerd voedselsysteem te hebben. En het kan heel simpel. Je kunt bijvoorbeeld beginnen door balkontuinen te creëren, een bijenkorf in je tuin zetten of sla tegen een muurtje op te laten groeien. Je kunt je eigen mini-voedselsysteem creëren door zelf kruiden en groenten te verbouwen, dat op te eten en de overblijfselen aan je eigen kippen te voeren. Het belangrijkste is dat in het voedselsysteem de verschillende elementen niet van punt A naar punt B, C, D en E hoeven te worden gestuurd. Voedsel hoeft niet naar de stad versleept te worden en afval hoeft niet per se uit de stad getransporteerd te worden. De stad zelf heeft nog ongelooflijk veel potentie om zelf haar eigen voedsel te verbouwen en te verwerken. Het gaat allemaal om het integreren van het voedselsysteem in plaats van alle elementen van elkaar te scheiden.”

Het klinkt allemaal mooi en veelbelovend. Maar in de praktijk blijkt dat aan voedsel dat op deze wijze geproduceerd wordt een stevig prijskaartje hangt. Wat kunnen we daar aan doen?

“Allereerst is het belangrijk telkens als je iets koopt, je te beseffen dat wanneer je het goedkoopste product koopt, dat ten koste gaat van de kwaliteit van het product. Er zitten twee kanten aan dit verhaal. Producten van hoge kwaliteit kunnen tegen een lage prijs worden verkocht wanneer deze in bulk of niet verwerkt worden aangeboden. In dat geval is het zaak je eigen keukentechnieken toe te passen om er iets lekkers van te maken. Ten tweede is het natuurlijk zo dat lokaal geproduceerd voedsel, of wat ik integer voedsel noem, over het algemeen meer kost omdat het een kleiner voedselsysteem betreft dat niet de voordelen heeft van een grootschalige economie. Dat betekent echter niet dat lokale voedselsystemen niet efficiënt zijn. Wanneer meer en meer mensen gebruik gaan maken van lokale voedselsystemen, zullen deze steeds efficiënter worden en ook gebruik kunnen maken van de voordelen van schaalvergroting. Feit is dat we lokale voedselsystemen 50 tot 70 jaar lang links hebben laten liggen. Het opnieuw opstarten van deze systemen duurt lang en kost geld; innovatie is duur. Pas wanneer lokale, ambachtelijke voedselproductiesystemen gangbaarder worden en de wet- en regelgeving daarop is aangepast, zal de prijs zakken. Het verschil in prijs is dus deels te verklaren doordat de lokale, kwalitatief zeer goede voedselproductieketen nog niet volwassen is en daardoor nog niet profiteert van schaalvergroting op de manier waarop het mondiale industriële voedselsysteem dat momenteel wel doet.”

Hoe krijg je de consument over de streep om voor de lokaal geproduceerde duurdere eieren en honing te kiezen en niet voor goedkope bulk van de supermarkt?

“We moeten het geld stoppen waar onze mond is. Als je echt geeft om de manier waarop men met de grond, planten en dieren omgaat dan moeten we het soort boerenbedrijven die op deze manier landbouw bedrijven ondersteunen en beschermen. Uiteindelijk zal dit ook helpen de prijs van dit soort producten omlaag te brengen. Een voor een en stap voor stap moet men zich dit gaan realiseren. Je kunt nu eenmaal niet aan de ene kant gezond en goed willen eten tegen een betaalbare prijs en aan de andere kant aan de zijlijn blijven staan en helemaal geen interesse tonen in de wijze waarop voedsel geproduceerd wordt. Uiteindelijk moeten we net zo geïnteresseerd raken in voedsel als dat we zijn in het bijhouden van de laatste nieuwtjes in de showbizzwereld.”

In een web van keurmerken, labels en benamingen is het voor de consument soms lastig in te schatten welke producten nu echt gezond en duurzaam zijn. Hoe moeten we daar mee omgaan?

“Hoe geef je kinderen aan de ene kant vrijheid maar zorg je er aan de andere kant voor dat ze de juiste beslissingen maken? Juist door ze de autoriteit te geven om beslissingen te maken. Dit betekent namelijk dat kinderen verantwoordelijk zijn voor de dingen die ze doen.

Foto: Flickr, Brian Johnson & Dane Kantner

Varkens op de Polyface Farm. Foto: Flickr, Brian Johnson & Dane Kantner

Zij moeten kijken naar wat voor informatie ze voor handen hebben en zelf keuzes gaan maken over wat goed en wat slecht voor ze is. Hetzelfde is het geval bij de voedingsmiddelenindustrie. Hoe meer er door de overheid gereguleerd wordt, hoe minder de consument zelf na gaat denken over wat nu eigenlijk gezond of betrouwbaar is. Het grote probleem hierbij is dat voedselbeleid voornamelijk naar grootschalige productie kijkt. Aan de ene kant worden normen voor bijvoorbeeld het bespuiten van gewassen met gif voor grootschalige landbouw toegepast maar mogen kleine boeren niet meer thuis slachten. Het is echter de vraag wat schadelijker is voor mens en omgeving. Doordat wet- en regelgeving niet is toegespitst op kleinschalige, lokale productie wordt het innoverend vermogen van lokale producenten beperkt. Daarnaast vermindert het op haar beurt weer het mogelijkheden van de consumenten om zelf beslissingen te maken over wat voor soort voedsel ze willen eten.”

Tot slot, wat is het beste advies dat je ons, als consumenten, kunt geven?

“Ga je keuken weer in. Voedsel is voor iedereen van belang; je kunt er niet zonder en je gezondheid is er afhankelijk van. Vandaar dat het uitermate belangrijk is je er bewust van te zijn wat je eet. Het beste wat je kunt doen om bewustheid te genereren en de lokale economie te stimuleren is door lokaal, onbewerkt voedsel te kopen en er in je keuken zelf iets puurs en moois van te maken. Zie je keuken niet als je vijand maar eerder als een goede vriend die je wilt koesteren. Zelf voedsel verbouwen en daar ook enthousiast over zijn is de beste manier om de voedselverkwanseling, die is ontstaan doordat de grote industrie stabilisatoren en onuitspreekbare ingrediënten in voedsel heeft gestopt, tegen te gaan. De consument moet de tussenhandelaar worden die van het begin tot het einde aan het voedselproces deelneemt, weet waar het voedsel vandaan komt en weet wat hij/zij eet.”

Met een oproep van Joel Salatin aan ons allen om toch vooral weer de wortels waar het modder nog aan zit en de vers uit de klei getrokken aardappels van de boer aan te schaffen en daarmee de keuken in te duiken, sluiten we het interview met Joel Salatin af. We zullen zien hoeveel extra balkonmoestuintjes er worden aangelegd en kippen er worden aangeschaft naar aanleiding van zijn bezoek aan Nederland .

Bekijk ook deze video over Salatin en zijn Polyface boerderij: