Treinstation Utrecht Centraal. Foto: wikimedia commons

Treinstation Utrecht Centraal. Foto: wikimedia commons


Twee marsen, snickers, twix of mentos voor 1 euro. Met grote stickers word ik – de trein van 18.26 uur rijdt net voor mijn neus weg – zó de Kiosk ingelokt. Voordat ik er erg in heb sta ik buiten, met een koffie erbij. Want de kioskmedewerker vroeg nog zo aardig of ik er misschien iets bij te drinken lustte. Op een toon waar eerder oprechte zorg uitsprak, dan platte commercie. En het allerergste: in de trein eet ik die twee chocoladerepen dus gewoon op. Want suiker voedt niet.

Jarenlang ben ik – groot treinreiziger – ontelbare malen op deze of soortgelijke manieren de fuik ingelopen. Grote happen uit mijn budget spenderend aan zoete troep. Sinds ik daar op 1 januari van dit jaar mee stopte, kijk ik ietwat anders tegen de wereld aan. De voedingsindustrie, hoewel ik die naam eigenlijk te aardig vind, heeft vele jaren kunnen spinnen aan een onzichtbaar web. De slimste marketeers, de grootste commerciële talenten en de beste trainers werden ingezet om mij en miljoenen Nederlanders met mij, dag in dag uit precies te laten doen wat ze willen. Veel, vet, zoet en zout eten. Ik weet niet hoe het precies werkt, maar kennelijk wordt daar zo veel geld aan verdiend dat alle common sense er voor moet wijken. Dat treinstations en benzinestations langzamerhand vanuit gezondheidsoogpunt de gevaarlijkste plekken in de samenleving zijn geworden.

De tijd lijkt me rijp voor een grote schoonmaak actie. Als er zo vernuftig en zo stelselmatig wordt samengewerkt om consumenten zoet, zout en vet te laten eten, dan voldoet niet dat AH to go ook vers fruit verkoopt. Voor 75 cent per stuk. Achterin de zaak. Of een zakje geschrapte worteltjes voor 1 euro 25. Dat is dweilen met de kraan open. Willen we echt een gezondere maatschappij creëren, dan moet de groenten- en fruitindustrie groot denken. Dan moeten de beste juristen zich buigen over de vraag hoe wij bedrijven kunnen aanspreken op hun zorgplicht. Dan moet de overheid serieus werk maken van regelgeving die het goede promoot en het slechte ontmoedigt. Dan moeten de creatiefste fooddesigners, marketeers, campaigners hun krachten bundelen om consumenten in een gezonde fuik te laten lopen. Door appels, peren, noten, rozijnen, dadels en ander lekkers tegen afbraakprijzen aan te bieden. Met lekkere thee erbij.

Het zou toch mogelijk moeten zijn om van – pakweg – station Utrecht de gezondste plek van Nederland te maken? Dat treinreizigers graag een trein later pakken om hier nog een smakelijk soepje, falafel, salade of stoofschotel te eten? Omdat ze niet bestand zijn tegen de overweldigende etensgeuren die hier om zes uur ’s avonds hangen? Ik stel voor dat de snoepindustrie, gedurende twee jaar gratis zijn beste marketeers voor dit doel uitleent. Dat lijkt me nou eens een mooie europakker.

Sandra van Kampen is adjunct-directeur en transitiemanager voedsel bij Urgenda. Urgenda is de actie-organisatie voor duurzaamheid en innovatie die Nederland, samen met bedrijven, overheden, maatschappelijke organisaties en particulieren, sneller duurzaam wil maken.