Stemmen is je goed recht, dat hebben we 15 maart met z’n allen laten zien. De opkomst was hoger dan ooit: in totaal liet 80,4% van de Nederlandse bevolking zijn stem horen, tegenover 74,6% in 2012. De uitslag is verrassend, maar wat hebben de grootste partijen voor ons in petto op klimaatgebied?

VVD – 33 zetels

De VVD is ondanks een verlies van 8 zetels de grote winnaar van de verkiezingen. Maar is de partij ook een winnaar als het gaat om groene plannen? De VVD wil het milieuprobleem oplossen door op zoek te gaan naar alternatieve energiebronnen. De nieuwe bronnen moeten schoon en betrouwbaar zijn, CO2-uitstoot terugdringen en klimaatrisico’s beheersen.

De partij wil kleinschalige initiatieven, waarbij eigen elektriciteit in de wijk op een duurzame wijze wordt opgewekt, stimuleren. Er moet ook ruimte zijn voor innovatieve pilots waarbij het draait om nieuwe manieren van elektriciteitsopwekking.

Het terugdringen van de CO2-uitstoot moet volgens de partij samen met de andere Europese landen opgelost worden. Er moet ook een effectieve emissiehandel op Europees niveau komen, die elk jaar naar mate van verduurzaming moet worden bijgesteld. Meer landelijke regels en subsidies in eigen land vindt de partij niet nodig.

Als laatste wil de VVD de kennis van onze boeren exporteren, om zo de economie te stimuleren en de effecten van klimaatverandering tegen te gaan.

PVV – 20 zetels

In het partijprogramma van de PVV, bestaande uit enkel één A4-tje, wordt het milieu of klimaat niet genoemd.

D66 – 19 zetels

Volgens D66 is het laten slagen van het Klimaatakkoord van Parijs de enige manier waarop we een klimaatcrisis kunnen voorkomen. De partij ziet Nederland graag als koploper in de ontwikkeling van duurzame energie en wil op korte termijn investeren, voordat het te laat is.

Het is de bedoeling dat we in 2020 25% minder CO2 uitstoten en in 2030 moet dat percentage liggen op 55%, zodat we in 2050 klimaatneutraal kunnen zijn. In 2030 wil D66 dat 40% van ons energieverbruik duurzaam is en dat we minimaal 40% aan energie hebben bespaard. Om deze doelen te realiseren moet een klimaatwet aangenomen worden en een minister van Klimaat en Energie worden aangesteld.

CDA – 19 zetels

Het CDA zet zich ook in voor het milieu, omdat de partij een beter land door wil geven aan de toekomstige generaties. Zo moet er een ontwikkelingsbank voor Technologie, Innovatie & Duurzaamheid komen die geld aan kan trekken op de kapitaalmarkt. Met dat geld moeten alle woningen in 2035 geïsoleerd en CO2-neutraal zijn.

De wetenschap, het bedrijfsleven en de afvalbranche moeten de handen ineen slaan om van afval een grondstof te maken, zodat er een circulaire economie ontstaat waarin zoveel mogelijk hergebruikt wordt.

GroenLinks – 14 zetels

Na de VVD was GroenLinks de tweede grote winnaar van de avond. De partij ging van 4 naar maar liefst 14 zetels. En dat betekent dat we met z’n allen best wel inzien dat we anders om moeten gaan met het milieu.

Als het aan GroenLinks ligt, komt er een ministerie voor Klimaat en Duurzame Economie en een Groene Investeringsbank, zodat we optimaal kunnen inzetten op een groene en duurzame economie.

Daarnaast heeft GroenLinks veel maatregelen in haar programma staan die van ons land dé duurzame koploper in Europa moeten maken. Zo maken we in 2050 enkel gebruik van schone energie en besparen we jaarlijks 3% op ons energieverbruik. Daarnaast moeten producenten gaan betalen voor hun verpakking, zodat de grote berg aan plastic afval wordt verminderd. Als laatste oppert de partij een Ombudsman voor Toekomstige Generaties, een voorvechter van duurzame ontwikkeling en een gezond leefmilieu.

SP – 14 zetels

De SP wil dat iedereen mee kan profiteren van duurzame energie, want nu zijn dat voornamelijk de grootverbruikers van energie. De partij wil van bio-industrie overgaan naar duurzame landbouw, een schoon milieu en een gezonde omgeving, door de energielasten opnieuw te verdelen.

Per sector wordt een tijdpad ontwikkeld, zodat er concrete stappen kunnen worden gezet. Er moet een nieuw energiebeleid komen, de kolencentrales moeten gesloten worden en we mogen niet meer boren in het Waddengebied.

In een nieuwe klimaat- en energiewet moet geregeld worden dat de energiegrootverbruikers gaan betalen. Het is volgens de SP gedaan met het belastingvoordeel, nu moet de vervuiler betalen. Tot slot wil de SP meer aandacht in het onderwijs voor het belang van een goede omgang met het milieu en een duurzame samenleving.

En nu?

De komende we(e)k(en) zal duidelijk worden met welke partijen de VVD gaat samenwerken. Het is goed om te zien dat alle grote partijen (met uitzondering van de PVV) zich de komende periode willen inzetten voor het milieu. We kunnen er dus voorzichtig vanuit gaan dat verandering nabij is. Als wij zouden mogen kiezen gaan we voor een coalitie die zich het meest inzet voor het klimaat en dan kom je uit op GroenLinks, SP, D66 en VVD. Misschien kunnen de groene oppositiepartijen de Partij voor de Dieren en ChristenUnie dan de coalitie bij de les houden op klimaatgebied.