In Amerika is er een nieuwe woontrend: de adult-dorm. De term adult-dorm is een beetje verwarrend, want je denkt misschien aan vieze huizen met feestende studenten. De adult-dorm is het tegenovergestelde. Deze manier van wonen richt zich vooral op twintigers in grote steden. Zij hebben behoefte aan flexibiliteit en een community gevoel. Dit wordt ook wel co-living genoemd. Waait deze trend straks ook over naar grote steden in Nederland, waar het aantal alleenstaanden groeit en wonen steeds duurder wordt?

Samen wonen, dat is niets nieuws toch?

Dat studenten of starters huizen met elkaar delen, is natuurlijk niet nieuw. Het is al decennia de manier om de kosten van woonruimte te delen. Zo kun je samen betaalbaar in de stad wonen, in plaats van alleen in een buitenwijk.
Dat ook steeds meer mensen met een behoorlijk inkomen kiezen voor co-living, is wel nieuw. Zij zouden immers ook een klein appartement kunnen kopen of huren. Toch neemt co-living toe in populariteit toe en er zijn bedrijven die dit naar de next level brengen. Hoe zit dat?

Een nieuwe manier van leven

De Amerikaanse start-ups Welive en Common zijn aanbieders van adult-dorms onder andere in New York. Op de website beschrijven ze de adult-dorm als een nieuwe manier van leven, waar flexibiliteit, onderdeel zijn van een community en nieuwe relaties centraal staan. Je kunt er zo lang blijven als je wilt. Een nacht of een jaar, dat kun je zelf beslissen.

Privacy gegarandeerd?

Een adult-dorm is een appartement, of een appartementencomplex waar met name volwassenen tussen de 20 en 30 jaar samen wonen. Iedere bewoner heeft een volledig ingerichte privé ruimte. Deze ruimte kan variëren van een slaapkamer van ongeveer 15 m2, tot een studio van 30m2, of zelfs 2 of meer kamers. Een eenpersoonskamer kost ongeveer 1.500 dollar per maand. Voor twee kamers betaal je al snel 5.000 dollar. Voor New York zijn deze bedragen best redelijk, maar goedkoop is het natuurlijk niet. Wat maakt deze manier van wonen dan zo aantrekkelijk, dat mensen hier voor kiezen?

Nooit meer wc papier kopen

Een belangrijke reden dat bewoners kiezen voor de adult-dorms, zijn de standaard voorzieningen waar ze gebruik van kunnen maken. Een aantal ruimten in het appartement wordt gedeeld met huisgenoten, zoals de keuken, de badkamer en de woonkamer. In deze ruimten zijn alle basisvoorzieningen aanwezig, denk bijvoorbeeld aan wc-papier, Wi-Fi, elektriciteit, water, peper, zout, borden, pannen. Schoonmaken en het onderhoud worden door de verhuurder gedaan. De bewoners zijn dus geen tijd kwijt aan huishoudelijke klusjes.

De bonus van de adult-dorm

Wat het nog aantrekkelijker maakt, zijn de extra’s. Denk bijvoorbeeld aan een dakterras, een yoga-studio of een ruimte waar je films kunt kijken. Het gebruik van spullen gaat heel efficiënt. Wasmachines en stofzuigers deel je met elkaar, net als fietsen.

Eenzaamheid tegen gaan

Alle voorzieningen zijn dus goed geregeld en aantrekkelijk voor de bewoners, maar wat de adult-dorms uniek maakt, is het contact dat de bewoners met elkaar hebben. Er is zelfs een manager die mensen met elkaar verbindt. Er wordt samen gegeten, nieuwkomers worden uitgebreid welkom geheten en met een speciale app is het contact heel gemakkelijk. Zo kunnen ze elkaar uitnodigen voor evenementen en onderling afspraken maken. Vooral voor nieuwkomers in de stad is dit een ideale en laagdrempelige manier om snel nieuwe mensen te leren kennen. In Amerika is eenzaamheid onder jonge werkenden een groeiend probleem en co-living helpt dit tegen te gaan.

Gaan Nederlanders ook voor de adult-dorm?

Ook in Nederland zou deze manier van wonen goed kunnen aanslaan. Steeds meer jongeren delen van alles met elkaar. Huizen, auto’s, maaltijden en gereedschap, je kunt het allemaal van elkaar huren of lenen. En ook hier piekt eenzaamheid onder twintigers. Daarnaast is er een groot gebrek aan betaalbare huur- en koopwoningen in grote steden en zoeken starters vooral naar flexibiliteit en gemak. We moeten ons daarom misschien niet afvragen of, maar wanneer de eerste adult-dorm in Nederland haar deuren opent.

Foto: Matthew Henry