Heb je wel eens in een server-hok gestaan waar de airco het niet deed? Daar is het al snel zweten, want servers in datacenters geven veel warmte af. Die restwarmte kun je heel goed gebruiken om kassen, huizen en bedrijfspanden te verwarmen. Ook de Tweede Kamer erkent dit sinds vorige week, toen het voorstel van D66 over het nuttig gebruiken van restwarmte uit datacenters werd aangenomen.

Een aantal jaar geleden volgde ik als hetkanWeller de Nudge-competitie Holy Warming. Hierbij werd het beste plan gezocht om de Sint Bavokerk in Haarlem op een duurzame manier te verwarmen. Winnaar werd Geert van der Aa, een architect uit Roosendaal. Hij loste met zijn idee twee problemen in één keer op. Door in de kelder van de kerk een datacenter te installeren, kun je de kerk verwarmen met de hitte die van de servers afkomt. En de frisse lucht in de kerk kun je weer gebruiken om de apparatuur van het datacenter te verkoelen. Deze slimme oplossing bleek niet alleen technisch haalbaar, maar ook toepasbaar op andere locaties met een zelfde vraagstuk.

Douchen op restwarmte datacenters

Het bedrijf Nerdalize gaat nog een stap verder in het toepassen van gratis server-warmte om huizen te verwarmen. Het ontwikkelde zogenaamde ‘server-verwarming’ om in huizen het water te verwarmen, zodat mensen kunnen douchen of hun handen wassen, dankzij de warmte van computerservers die normaal gesproken verloren gaat.

Klinken deze ideeën als sympathieke groene druppels op een gloeiende plaat? Bedenk dan dat de potentie van restwarmte heel groot is. De digitalisering van onze samenleving vraagt tenslotte om grote bakken rekenkracht. Voor weersimulaties, medisch onderzoek, het maken van films, en nog veel meer.

Helft warmte datacenters herbuikbaar

Volgens het Dutch Data Center Association (DDA) kan de hoeveelheid restwarmte van de gehele industrie leiden tot een vermindering van de CO2-uitstoot van 600 kiloton, ofwel 17,5% van de opgave van 3,4 mton van de Klimaattafel ‘Gebouwde Omgeving’. Dat is een hoop. Ruim de helft van de restwarmte uit datacenters blijkt economisch rendabel. Dit komt onder andere, omdat deze datacenters in de buurt staan van huizen en bedrijven.

Laten we deze restwarmte zoveel mogelijk gebruiken om op een schone manier onze huizen, winkels, kantoren en kassen te verwarmen. Zo gebruiken we minder gas uit Groningen. Als één van de grootste datahubs ter wereld kan Nederland hierbij internationaal zelfs een leidende rol vervullen. Maar nu telt restwarmte van servers niet als hernieuwbare energie mee in de norm voor schone energie voor gebouwen, de zogenaamde BENG- norm voor Bijna Energieneutrale Gebouwen. D66 vindt dat zulke gekke regels niet in de weg mogen staan van innovatie. Daarom wil ik dat de regering dit verandert, zodat we restwarmte nuttig kunnen gebruiken.

Zo nemen we een drempel weg voor ondernemers. Dat betekent dat we snel meer mooie plannen gaan zien waarbij de warmte van datacenters zorgt voor verwarming en warm water.