“We leven in de gouden eeuw als het om mode gaat: bijna iedereen kan de laatste trends kopen. Kleren zijn goedkoper dan ooit.” Zo begint het tv-programma waarin de Britse Stacey Dooley de ‘vuile geheimen van de kledingindustrie’ onder de loep neemt. De afgelopen week werden maar liefst drie tv-programma’s uitgezonden, die ons lieten zien waar onze goedkope, trendy kleding eigenlijk vandaan komt, hoe het gemaakt wordt en wie daarvoor de prijs betaalt. Dat resulteerde in ongeloof, verontwaardiging en natuurlijk in tranen. Stay tuned, want we nemen je mee langs de belangrijkste conclusies uit deze programma’s.

Genaaid, NPO 3

In Genaaid wordt een groep van vijf jonge fashionista’s meegenomen op reis naar Myanmar. Daar krijgen ze een kijkje in de keuken van de mode-industrie. Ze werken mee op het land en in de fabriek en leven zoals de lokale bevolking, die overigens keer op keer concludeert dat de Nederlandse jongeren veel te langzaam werken.

De aflevering van afgelopen week draaide om katoen. Het verven van katoen is één van de meest milieuvervuilende processen in de wereld. Het wordt gebleekt, geverfd en gefixeerd. Daarvoor worden chemische stoffen gebruikt. De meeste arbeiders werken onbeschermd met deze chemicaliën. De kleur zwart heeft de meeste chemicaliën nodig. Maar ook voor ‘indigo’, dat voor spijkerbroeken wordt gebruikt, zijn veel chemicaliën nodig. Jaarlijks wordt er zo’n 70 miljard kilo textiel geproduceerd, waarvan de helft is geverfd. Het afvalwater vol chemicaliën stroomt rechtstreeks de rivier in.

Gelukkig zijn er ook alternatieven voorhanden. De groep wordt meegenomen naar een fabriek waar natuurlijk gekleurd wordt met behulp van boomschors, fruit, bladeren of kruiden. Er is in Myanmar maar één fabriek die zo werkt, omdat de kosten aanzienlijk hoger liggen. “Zou je het erg vinden dat je kleding daardoor tien keer duurder is?” vraagt presentator Jennifer Hoffman. “Nee!” roepen de jongeren volmondig. “Ik ben zeker opgelucht om te zien dat het ook anders kan.”

Zembla, het prijskaartje van katoen, NPO 2

Ook in Zembla ging het over katoen. Achter de productie van onze kleding gaat een harde werkelijkheid schuil.  Zo worden tijdens de katoenoogst in Oezbekistan burgers ingezet als dwangarbeiders. Daarom boycotten bekende kledingmerken katoen uit Oezbekistan. Franse undercover journalisten onderzochten met verborgen camera’s wat er van die boycot terecht komt. En je raadt het al: niet heel veel.

De Oezbeekse katoen gaat naar weverijen in landen als China, Turkije en Bangladesh. Deze bedrijven zeggen te leveren aan merken als Zara, H&M en C&A, die allemaal beweren Oezbeeks katoen te boycotten. De fabrieken zeggen op hun website dat de katoen uit Australië en Amerika komt, maar aan de undercover journalisten melden ze dat bijna 50% van de katoen uit Oezbekistan komt. Als katoen eenmaal geweven is, kan je niet meer achterhalen waar het vandaan komt. Het is bovendien niet verplicht om op het etiket het land van herkomst te vermelden.

Stacey Dooley investigates fashion’s dirty secrets, NPO 3

Ook de Britse Stacey Dooley zoemt in haar BBC-programma in op katoen: het materiaal waar onze shirts en spijkerbroeken van gemaakt zijn. “We zijn verslaafd aan goedkope mode,” stelt ze en daarbij houdt ze zichzelf niet buiten schot. “Ik ben gek op een beetje Retail therapie: shoppen is één van mijn favoriete manieren om te ontspannen.”

Ze bezoekt het Aralmeer, dat dankzij de intensieve katoenteelt in Oezbekistan grotendeels van de kaart geveegd is en neemt een kijkje bij de textielindustrie in Indonesië. Hier zien we hoe het chemische afvalwater van de textielfabrieken ongefilterd de rivier Citarum instroomt. In diezelfde rivier wassen mensen zichzelf en hun kleren. De gezondheidsklachten zijn dan ook niet van de lucht.

De modemerken willen geen reactie geven op de beelden, maar een paar mode-influencers wil wel praten over Stacey’s bevindingen. Ze hebben samen miljoenen volgers op social media en snijden het onderwerp van de ‘vieze geheimen’ van de mode-industrie meteen aan. Want: als we allemaal minder kopen of anders gaan kopen, dan volgen de grote merken vanzelf omdat ze anders minder verdienen. “It will only take a slight shift in our shopping habits tot make a difference here.”

Wat denk jij: kan ons koopgedrag inderdaad een verandering in de mode-industrie tot stand brengen?   Laat het ons weten door een reactie achter te laten.