Het begon ooit uit onvrede, maar nu is ‘transition town Totnes’ een wereldwijde inspiratiebron voor hoe het ook kan. Het stadje in het zuidwesten van Engeland heeft sinds 2007 een eigen munteenheid, wekt eigen energie op, brouwt eigen bier, verbouwt zoveel mogelijk eigen eten en creëert daarbij banen voor de lokale bevolking. Dit allemaal om een meer duurzame en sociale gemeenschap te creëren, die onafhankelijk is van de mondiale economie.  

Afgelopen zomer riep Totnes zich zelfs uit tot onafhankelijke stadsstaat binnen de Europese Unie. Dit uit protest tegen de Brexit. Voor de lol maakten de initiatiefnemers ook een eigen Totnes-paspoort, dat verder geen enkele rechtsgeldigheid heeft. Dit in tegenstelling tot de ‘Totnes pound’, de eigen munteenheid die je bij lokale ondernemers gewoon als geldig betaalmiddel kan gebruiken.

Hoe het begon

De ‘transitie beweging’ begon in 2005 bij Rob Hopkins, het brein achter en het gezicht van ‘transition town Totnes’. Ondertussen zijn er duizenden transitie-gemeenschappen in meer dan 50 landen. Allemaal keurig in kaart gebracht door het Transition Network van Hopkins. Hij bezoekt de verschillende gemeenschappen regelmatig om te inspireren, maar vooral ook om geïnspireerd te raken.

Het idee achter de beweging is simpel: hoe kunnen wij, als gewone mensen, op de plekken waar wij wonen de economie zo inrichten als wij willen? Hoe kunnen we als gewone mensen ons lot in eigen hand houden en de veranderingen teweegbrengen, die wij willen? Hoe kunnen we de gemeenschap weer hechter maken en de magie van het alledaagse leven terugbrengen?

De ‘transition movement’ wil meer onafhankelijkheid van de mondiale economie. Op die manier ben je als gemeenschap namelijk weerbaarder als de financiële markten in elkaar donderen of de olie opraakt. Om maar eens even wat te noemen. Bovendien creëer je weer meer sociale cohesie binnen de samenleving.

Ungersheim, Elzas

In een lezing komt Rob Hopkins met het voorbeeld van het Franse plaatsje Ungersheim in de Elzas waar de plaatselijke burgemeester een paar jaar geleden besloot voor de ‘transition’ te gaan. Inmiddels is al het eten in de scholen en openbare gebouwen biologisch. Dat eten wordt verbouwd in een plaatselijke moestuin door jonge mensen, die moeilijk aan een baan konden komen. Er is een energiecentrale van zonnepanelen gebouwd en nieuwe gebouwen worden gemaakt met lokaal bouwmateriaal. Natuurlijk is er ook een lokale munteenheid.

Dit alles heeft gezorgd voor honderd banen. Er is 600 ton aan CO2-uitstoot bespaard. En er wordt jaarlijks zo’n 120.000 euro aan publiek geld minder uitgegeven. Maar wat misschien nog wel het belangrijkste is, zegt Hopkins, is dat deze hele beweging de gemeenschap weer bij elkaar heeft gebracht. De burgers voelen zich meer betrokken en komen vaker bij elkaar over de vloer.

Anti-monocultuur

De ‘transition’ is oa een beweging tegen de oprukkende monocultuur.  We verbouwen massaal hetzelfde product, wonen in hetzelfde huis, gaan winkelen bij dezelfde ketens en drinken onze koffie bij internationaal bekende cafés met ontelbaar veel vestigingen. Met de ‘transition’ bewegen we naar een diversere samenleving met een grotere betrokkenheid, iets wat volgens Hopkins beter past bij onze ‘natuurlijke staat van zijn’.

Wat vind jij van het idee achter de ‘transition’? Laat het ons weten door een reactie achter te laten.