De zon schijnt ook op het water: iedere watersporter weet hoe je daarop kunt verbranden. Laten we daarom nu de kansen grijpen van zonnepanelen op het water. Als we het goed doen, profiteert de natuur ook. Dat kan, als de overheid de leiding neemt. Op het succes van ‘wind op zee’ volgt dan het succes van ‘zon op water’.

Bijna geen enkel land in Europa loopt zo ver achter op zijn groene stroom-doelen als Nederland. Na Luxemburg zijn we het slechtste jongetje van de klas. We moeten dus echt snel zorgen voor een inhaalslag.

Energietuinen op het IJsselmeer

Als we meer hernieuwbare stroom willen opwekken, moeten we zoeken naar plekken waar energie-opwekking, ruimtegebruik en natuur met elkaar in evenwicht zijn. De Noordzee raakt al aardig volgepland, zeker als je ook ruimte wilt overhouden voor natuur, scheepvaart en visserij. Daarnaast groeit de weerstand tegen windmolens en zonneparken op land.

Daarom presenteerde ik deze week, namens D66, een plan om ook drijvende eilanden met zonnepanelen op het IJsselmeer aan te leggen. Dit is een mooie aanvullende plek om energie op te wekken.

Overigens moeten we natuurlijk ook zoveel mogelijk zonnepanelen op daken van huizen, scholen, kantoren en bedrijfsgebouwen plaatsen. Hierin wordt al veel vooruitgang geboekt. Zo maken zonnepanelen een stormachtige opkomst in de haven van Amsterdam, dankzij effectief stimuleringsbeleid. Maar willen we echt onze energiedoelen halen, dan hebben we niet zoveel keuze waar de panelen komen, dan is het én-én.

Meer rendement dan op het dak

De techniek van zonnepanelen op het water belooft veel goeds. Door de koelende werking van het water hebben ze een hoger rendement dan een gemiddeld zonnepaneel op het dak of weiland. De opbrengst wordt zelfs tot 30% hoger met systemen die meedraaien met de zon, zogenaamde zonvolgende systemen. Vergelijk het met een veld zonnebloemen die ook de hele dag met de zon meedraaien om zoveel mogelijk zonnestralen op te vangen.

Het IJsselmeer is 1150 vierkante kilometer groot. Dat biedt ruimte om zaken te combineren: natuur, recreatie, scheepvaart en energie. We kunnen al schone stroom opwekken voor bijna een miljoen huishoudens op minder dan 3,5% van de totale oppervlakte.

Natuurvriendelijk ontwikkelen

Als het Rijk nu de leiding neemt, en in overleg met de vier IJsselmeerprovincies geschikte gebieden aanwijst, dan maken we snel meters met zonnepanelen op het IJsselmeer. Daarbij kunnen we ook zorgen dat de natuur meeprofiteert.

Drijvende zonnepanelen, omringd door een cirkeldijk, zorgen bijvoorbeeld voor ondiepe oevermilieus. Hier kunnen vogels en vissen paaien, foerageren en rusten. Als we meteen vanaf het begin samenwerken met natuurorganisaties, kan er bovendien direct bij de aanleg van de zonne-eilanden rekening worden gehouden met de impact op de biodiversiteit.

Stopcontact op het IJsselmeer

Alle stroom die we opwekken op het IJsselmeer moet natuurlijk wel zijn weg vinden naar het stroomnet. Het aanleggen van een stopcontact op het IJsselmeer is dan ook één van de belangrijkste dingen die het Rijk kan doen voor drijvende energietuinen. We praten dan over de kabels die de stroom naar het vaste land brengen. Ons land deed dit eerder al voor Windparken op de Noordzee.

Nieuwe exportkans

Ondernemers staan te popelen om de techniek van drijvende zonnepanelen verder te ontwikkelen. Nederland-waterland heeft hiermee een nieuwe kans om voorop te lopen, net als met de bouw van dijken en onze kennis over waterbeheer. Eerder liepen we ook voorop bij de ontwikkeling van windmolens, maar die positie raakten we kwijt aan Denemarken en Duitsland door zwabberend overheidsbeleid.

Laten we leren van die les. Innovatieve Nederlandse bedrijven hebben de techniek en zij krijgen wat mij betreft ruim baan om daarmee op het IJsselmeer aan de slag te gaan. Dit soort dingen lijkt immers altijd toekomstmuziek, totdat je er samen de schouders onder zet. En dan blijkt dat het wél lukt.