Van alle manieren om te reizen is vliegen het meest vervuilend. Natuurlijk kun je jouw CO2-uitstoot compenseren, maar daar wordt een vliegtuig helaas niet schoner of stiller van. En dat is wél nodig. De techniek om schoner te vliegen is in ontwikkeling. De overheid kan deze ontwikkeling versnellen. Door de vliegtuigindustrie net zo te behandelen als andere sectoren, zoals de auto-industrie. Bovendien kan ze met alternatieven zorgen dat de zogenaamde flexitariër een neefje krijgt: de vliegetariër.

Twee jaar geleden ging ik met mijn gezin op reis naar Rome. Aangezien de trein te duur was en de autoreis te lang zou duren, kozen we voor het vliegtuig. Hoewel het woord vliegschaamte toen nog niet bestond, voelden we ons hier wel ongemakkelijk over. Daarom besloten we, als experiment, om de reis te compenseren door zeven maanden vegetarisch te eten.

Sindsdien eet ik nog steeds vegetarisch, en dat bevalt uitstekend. Als je nog een reden zoekt om vegetariër te worden, is dit zeker een aanrader. Voor een vlucht naar Bangkok laat je dan bijvoorbeeld 43 maanden het vlees staan.

Een sector als alle andere

Maar ik weet ook dat we hiermee vliegen zelf natuurlijk niet schoner maken. Dat vraagt om iets heel anders. “Pak de luchtvaart zijn elitestatus af”, zoals mijn D66-collega in de Tweede Kamer en woordvoerder luchtvaart, Jan Paternotte, onlangs nog stelde. Daarom regelde hij in de Tweede Kamer heldere milieugrenzen, voor de uitstoot van geluid, broeikasgassen en andere schadelijke stoffen.

In tijden van klimaatverandering is het simpelweg niet meer uit te leggen dat we voor auto’s milieuzones instellen, terwijl herriemakende kerosineslurpers overal mogen rondvliegen. Ook de Raad voor de Leefomgeving vindt de uitzonderingspositie voor de luchtvaart in het Klimaatakkoord van Parijs en de Nederlandse klimaatplannen niet langer houdbaar.

Eerlijke prijs

Die elitestatus vertaalt zich ook in veel te lage ticketprijzen. De auto-industrie heeft te maken met allerlei accijnzen en andere belastingen, maar de vliegsector niet. Maar we willen juist dat de vervuiler betaalt. Hoe vuiler je vliegt, hoe meer je betaalt. Daarom wil D66 een internationale vliegtaks. Dit kabinet neemt al het initiatief met een vliegtaks van 7 euro. Ons continent loopt wereldwijd overigens bepaald niet voorop. Zelfs Trump heft meer vliegbelasting dan de meeste Europese landen.

Belasting op vliegen schaadt de economie niet, maar bespaart wel CO2-uitstoot. Bovendien stimuleer je de ontwikkeling van schone vliegtuigen. Dat zie je al bij auto’s: door fiscale voordelen groeit het aantal stekkerauto’s nu snel.

De techniek bestaat al

Gaan we straks ook vliegen op batterijen? Het Canadese Harbour Air voorziet al zijn hele elektrische vloot van elektrische aandrijving. Maar de huidige batterijen zijn te zwaar om te verwachten dat dit snel op grote schaal zal gebeuren. Toch kan vliegen al wel schoner, bijvoorbeeld met synthetische brandstoffen die rechtstreeks worden gemaakt uit CO2. De cirkel is zelfs rond als je die uit de lucht haalt. Dan heb je echt geen uitstoot meer. Je zou bijvoorbeeld CO2 van de Hoogovens kunnen gebruiken.

Meer treinen, minder vliegen

Zolang we nog niet opstijgen in schone vliegtuigen, is het vanuit milieu-oogpunt zonder meer verstandig om ook minder te vliegen. Maar dan moeten we wel zorgen voor alternatieven. Want reizen is vaak nog steeds nodig, en op vakantie naar een ander land is verrijkend en avontuurlijk.
Daarom wil staatssecretaris Stientje van Veldhoven dat Nederlanders vaker de internationale trein pakken. Door dit zo aantrekkelijk mogelijk te maken, kiezen 2 miljoen extra reizigers voor de trein.

Onder vleeseters zagen we de laatste jaren de opkomst van de flexitariër, iemand die bewust minder vlees eet. Laten we nu zorgen dat de flexitariër een neefje krijgt: de vliegetariër. Iemand die pas het vliegtuig neemt, als telewerken, de auto, boot of trein echt geen alternatief zijn.

Vliegschaamte helpt ons tenslotte niet verder. Minder, schoner en stiller vliegen voor een eerlijke prijs wel.