Melk is goed voor elk. Een ei hoort erbij. Jij en ik groeiden op in een tijd waarin vlees eten en het eten van dierlijke producten heel normaal was. Maar die tijd is snel aan het veranderen. In mijn boek Ooit Aten we Dieren laat ik zien dat we langzaam maar zeker afstevenen op wat één van de grootste sociale transformaties in de geschiedenis van de mensheid kan worden. Het eten van planten wordt de norm en het eten van vlees taboe. 

Vroeger

Vroeger verzorgde ik overdag manegepaarden, deelde ik ‘s nachts mijn kinderbed met mijn kat en was het mijn diepste wens om hondenuitlater te worden. Toen die droom eenmaal was uitgekomen en ik mijn zakgeld verdiende met het uitlaten van 3 obese buurthonden, vertelde ik aan iedereen dat ik veearts wilde worden. Of dolfijnentrainer. Of paardrijjuf. Als het maar iets met dieren te maken had, want dieren – daar was ik dol op. Ook om op te eten.

Boederijdieren vs. huisdieren

Ik vond het destijds niet gek dat ik knuffelde met paarden, honden en katten, terwijl ik tegelijkertijd met smaak een broodje at met daarop een stukje varken of koe. Ik vond het ook niet vreemd dat ik tegen betaling uren met de buurthonden wandelde, terwijl miljoenen boerderijdieren gedwongen de hele dag stil moesten staan. Ik groeide op in een tijd en een cultuur waarin vlees eten niet alleen normaal, maar ook noodzakelijk werd gevonden. We noemden die dieren ‘vee’ of ‘boerderijdieren’.  En die behandelden we totaal anders dan wat wij ‘huisdieren’ noemden.

Industrialisatie en opschaling

Het idee dat vlees eten noodzakelijk en normaal is, stamt uit de periode van na de Tweede Wereldoorlog. Toen maakte industrialisatie en opschaling het mogelijk om snel veel mensen te voeden. De intensieve veehouderij hielp ons om armoede en honger vrijwel uit te bannen. Daarnaast gaf de ontwikkeling van de vee-en zuivelindustrie, de Nederlandse economie een flinke boost.

Tussen 2010 en 2017 groeide het aantal megastallen met 75%.  In totaal leefden er zo’n 75 miljoen dieren met duizenden bij elkaar in zo’n megastal. Hier kregen ze nauwelijks beweging en leidden ze een treurig leven. In 2015 produceerden Nederlandse varkensbedrijven samen 6 keer zo veel vlees als in 1950. En dat terwijl we nog niet eens 3% van het aantal bedrijven over hadden. Kleine boerderijen werden weg geconcurreerd. Ook de melk- en pluimveesector lieten een spectaculaire productiegroei zien in 65 jaar tijd.

Wetenschappers luiden de alarmbel

De gevolgen hiervan zijn niet alleen groot voor het welzijn van de dieren, maar ook voor het milieu. In 2018 werd bekend dat de veehouderij één van de grootste veroorzakers is van klimaatveranderingen. Steeds meer wetenschappers luidden daarom de alarmbel. Als we nu niet massaal minder boerderijdieren gaan fokken en eten, is een klimaatcatastrofe over 11 jaar een feit. Maar, zeiden ze erbij: als we nu stoppen met het eten van dierlijke producten, dan zijn we nog net op tijd om die ramp te voorkomen.

Gelukkig kan dat. We hebben in ons land al lang geen dierlijke eiwitten meer nodig om ons fit en gezond te voelen. Eiwitten komen in vrijwel alle voedingsproducten voor, ook in planten en granen. Nederlanders hebben momenteel dan ook vaak een eiwitoverschot. We krijgen er te veel van binnen! Daarbij komt, dat aan veel vegaburgers en andere vleesalternatieven vaak extra vitamines B en andere essentiële voedingsstoffen zijn toegevoegd. Zo weet je zeker, dat je niks tekort komt als je overstapt op een plantaardig dieet.

Vlees eten is straks taboe

Met onze nieuwe kennis en mogelijkheden, veranderen ook onze ideeën over wat normaal is. Natuurlijk merkt niet iedereen die verschuiving meteen op. Veel mensen ontbijten nog met een kommetje zuivel, lunchen met een broodje kaas en dineren met een gehaktbal. Maar er is een snel groeiende groep mensen, die dierlijke producten verruilt voor plantaardige alternatieven. Veganisme is de snelst-groeiende sociale beweging ter wereld.

Mensen hebben verschillende motieven om plantaardig te eten. Sommigen maken zich zorgen om het klimaat. Anderen zijn het niet eens met de manier waarop we dieren behandelen. Of ze geloven dat een plantaardig dieet gezonder is, omdat het minder vet bevat en minder bewerkt is.

Toekomstbeeld

Op dit moment lopen er op de wereld steeds meer ex-veehouders rond, die hun koeien verkochten om voortaan peulvruchten te kweken. Advocaten strijden voor meer dierenrechten. De eerste chimpansees, olifanten en vogels hebben die al gekregen. Het zal niet lang meer duren voor ook onze varkens, koeien en kippen door de wet beschermd zullen worden tegen uitbuiting.

Er marcheren klimaatactivisten door de straat. Zij wijzen ons erop, dat we met iedere biefstuk bijdragen aan klimaatverandering. In rechtszaken zal steeds vaker het woord ‘ecocide’ vallen. Er bestaan mensen, die zich ‘vegansexual’ noemen. Zij willen alleen nog maar relaties aangaan met veganisten. Vleeseters vinden ze maar ouderwets of simpelweg onaantrekkelijk.

Ooit aten we dieren

Al deze mensen krijgen, net als jij en ik, straks van onze kinderen en kleinkinderen de volgende vraag. “Wat deed jij, toen al bekend was dat het zo slecht ging met de wereld?” En samen zullen we antwoorden: “Toen gingen we planten eten natuurlijk. Maar ooit, nog niet eens zo heel lang geleden, aten we dieren.”

Voor haar boek Ooit aten we dieren interviewde Roanne van Voorst tientallen historici, futuristen, trendwatchers, voedingsproducenten, (voormalige) veehouders en andere experts. Het boek ligt vanaf vandaag in de winkel en is online te koop.

Wil jij het boek winnen? Laat dan in een reactie weten waarom je het boek zo graag wilt hebben en misschien ben jij wel de gelukkige winnaar.