Stel je voor: je gaat structureel minder werken en minder spullen kopen. Wat gebeurt er dan? Het geld dat je bespaart door minder te kopen, staat dat in verhouding met je lagere inkomen? Volgens de ‘degrowth’ beweging is het antwoord op die vraag ‘ja’. Voorwaarde is dat we stoppen om in groei te denken, maar kiezen voor welzijn en een simpel leven. Mooie bijkomstigheid is dat het ook een positieve invloed heeft op ons klimaat. Klinkt goed, maar is het haalbaar?

Grenzen aan de groei

In 1972 publiceerden de Club van Rome en de Amerikaanse Universiteit MIT een rapport The Limits to Growth. Dit rapport voorspelde wat er zou gebeuren als het aantal mensen én de economie zouden blijven groeien. De conclusie? Eeuwige groei was niet mogelijk, want grondstoffen zouden opraken.

Goedkope en vervuilende spullen

Inmiddels zijn we bijna 50 jaar verder en niemand zal ontkennen dat de grenzen aan de groei in zicht komen. De wereldbevolking is exponentieel gegroeid en we consumeren ons helemaal suf. Bij voorkeur kopen we goedkope en vaak vervuilende spullen. Door de productie van al die spullen, gebruiken we te veel grondstoffen, verandert het klimaat, is de lucht vervuild, staat ons ecosysteem op instorten en is het een uitdaging om iedereen ter wereld te voeden.

Ontwikkeling duurzame alternatieven

Ondertussen zitten we niet stil. In rap tempo ontwikkelen we duurzame alternatieven, zoals betaalbare zonnepanelen, eerlijke mode, vleesvervangers, elektrische auto’s, maar ook daar hebben we grondstoffen voor nodig. Het zijn goede alternatieven, maar ook de productie daarvan vervuilt.

De ‘degrowth’ beweging

De mensen (o.a. wetenschappers en activisten) achter de ‘degrowth’ beweging zien als oplossing, dat we massaal minder moeten gaan werken, minder spullen moeten kopen en een simpeler leven moeten leiden. Het doel is welzijn en krimp, in plaats van welvaart en groei. Groei en vervuiling zijn namelijk onlosmakelijk met elkaar verbonden. Als we minder gaan maken, kopen en gebruiken, hoeven we ook minder te werken. Hierdoor hebben we minder stress en betere relaties met de mensen om ons heen.

Praktisch ingewikkeld

Deze filosofie is niet van de ene op de andere dag in te voeren. Onze hele economie is ingesteld op groei en consumptie. Het is iets dat we ‘normaal’ vinden. We werken, daarmee verdienen we geld en van dat geld betalen we ons huis, kopen we eten, spullen, zorgen we voor onze familie en gaan we – als het genoeg is – met vakantie. Moet je dat dan ineens opgeven een stap terugdoen? En wie betaalt dan je zorgkosten? Of later de studie van je kinderen? En kun je überhaupt wel rondkomen als je minder werkt? Allemaal legitieme vragen waar je niet heel gemakkelijk een antwoord op krijgt, want het hangt af van allerlei factoren.

Welzijn in plaats van welvaart

Ook al is er geen routeplan om dit wereldwijd in te voeren; we zien wel dat het idee nu al vorm krijgt in Nieuw Zeeland. Nieuw Zeeland gaat het succes van het land meten op basis van welzijnscijfers en niet op basis van welvaart, of Bruto Binnenlands Product. Geld krijgt een andere rol. Sociale voorzieningen worden beschikbaar voor iedereen. Net als goed georganiseerde openbare ruimten.

Als een samenleving zich richt op welzijn in plaats van welvaart, krijgt ook vrijwilligerswerk een andere betekenis. Het heeft meer waarde, omdat het juist gaat om de zorg voor anderen en niet voor de financiële vergoeding die je krijgt. Datzelfde geldt voor het opvoeden van je eigen kinderen. En het gevoel van stress? Ook dat wordt een stuk minder. Niet constant moeten presteren op je werk, maar een goede balans en een relaxter leven.

Minder geld, minder stress

Deze beweging van ‘degrowth’ zal de komende decennia alleen maar blijven groeien. Dat zie je door een groeiend aantal minimalisten, mensen met een zero-waste lifestyle, mensen die vrijheid boven financiële zekerheid kiezen, mensen die willen wonen in mobiel huis of Tiny House, of mensen die uit het ‘systeem’ stappen. Om zo’n stap te zetten, moet je dapper genoeg zijn om je los te maken van de verwachtingen die anderen van je hebben. Tegenwicht kunnen bieden aan wat ‘normaal’ is.

Dit zijn natuurlijk individuen die het anders doen, maar het is een groeiende trend. Uiteindelijk gaat het er natuurlijk om dat we het concept als land omarmen, zoals in Nieuw Zeeland gebeurt. Dat vraagt om visie vanuit de politiek en de bereidheid om iets van onze individuele welvaart in te leveren voor het geheel. Je weet vooraf wat je opgeeft, maar je weet niet of je er uiteindelijk ook gelukkiger van wordt. Zijn we daartoe bereid? Wat denk jij?