Stedelingen dromen er allemaal wel eens van om de drukte van de stad achter zich te laten en te kiezen voor een landelijke omgeving met frisse lucht en ruimte. Een eigen boerderij bijvoorbeeld, waar je op ecologisch verantwoorde wijze groente en fruit kan telen en in harmonie met de natuur kan leven. Het Amerikaanse stel John en Molly Chester besloot de daad bij het woord te voegen. Toen ze hun kleine appartement in Los Angeles moesten verlaten wegens geluidsoverlast van hun blaffende hond Todd, besloten ze de stap te wagen. Ze kochten een stuk grond van 80 hectare in de heuvels van Ventura County, Californië. Daar begonnen ze -zonder enige ervaring -een ecologische boerderij: the biggest little farm.

The biggest little farm

Dat klinkt natuurlijk heel schilderachtig en romantisch, maar het was een enorme gok. De grond was namelijk kaal, droog en helemaal leeg getrokken qua voedingsstoffen.  Het was niet waarschijnlijk dat hier ooit nog boomgaarden of groene graslanden zouden verrijzen.  Toch is dat precies wat er wel gebeurde.  Al ging dat natuurlijk niet zonder slag of stoot, zo is te zien in de alom geprezen documentaire The Biggest Little Farm, die nu in de bioscoop draait. De film is gemaakt door boer John Chester zelf, die in een vorig leven cameraman was en de hele wereld over reisde om natuurfilms te maken. En dat is te zien, want één ding is zeker: de beelden in de film zijn werkelijk fenomenaal.

Tegenslagen

Er moest hard gewerkt worden om de tegenslagen het hoofd te bieden en hun droom te verwezenlijken. Denk aan vogels, die de fruitoogst opaten. Coyotes, die de eenden en kippen met tientallen tegelijk doodden. Slakken, die de gewassen opsmikkelden. Knaagdieren, die via tunnels in de grond aan de wortels van de bomen aten.  Vliegen, die honderden maden legden, zodat een ware plaag ontstond. Of aan orkanische stormen, droogte en wildfires, die zich in rap tempo verspreidden.

the biggest little farm

Balans

Hoe houd je dit allemaal in balans als je volgens de wetten van de natuur wilt boeren? Dan zet je diezelfde natuur in. Dus laat je de eenden de slakken opeten. Je laat de hond de kippen en eenden beschermen tegen de coyotes. Je laat de coyotes jagen op de knaagdieren, die je bomen aantasten. En je trekt arenden aan om op de kleinere vogels te jagen, die je fruit opeten. En zo is de cirkel mooi rond.

Diversiteit

Daarbij lijkt diversiteit het sleutelwoord voor succes te zijn. Zoveel mogelijk verschillende gewassen, bomen en dieren bij elkaar, zorgen voor een natuurlijke balans. Alleen op die manier kan er een ecosysteem groeien. “Regeneratieve landbouw is een vorm van landbouw, dat het land herstelt en verbetert, terwijl je het verbouwt,” zegt boer John Chester in een interview met BrightVibes. “Het land is een stuk groener dat het was. Als je er nu op loopt, voelt de grond aan als een spons. Terwijl het hiervoor aanvoelde als een geasfalteerde parkeerplaats.”

Een echte eye-opener

Toen Molly en John acht jaar geleden aan dit project begonnen waren er ongeveer 60 verschillende gewassen op het land te vinden. Nu zijn dat er meer dan 215. Ook het aantal vogels bij de boerderij is verdrievoudigd. John hoopt met deze film dan ook een nieuwe kijk op de natuur te geven. En dat lijkt gelukt. “The Biggest Little Farm is een absolute eye-opener en een ode aan het idealisme, de eindeloze complexiteit van de natuur en aan de cyclus van het leven,” staat bijvoorbeeld te lezen in een recensie op Cinenews. En ook het Parool stelt dat de film een lesje idealisme is.

Landbouwidylle

Er zijn ook kritische geluiden. Zo krijgt de film van het NRC maar twee sterren: “In the Biggest little farm zijn we getuige van een landbouwidylle, maar wat kost dat grapje?” Een vraag waar we geen antwoord op krijgen, maar goedkoop zal het inderdaad niet zijn. Haalt dat de charme van het verhaal weg? Nee, volgens ons niet. Maar ja, wij zijn ook niet voor niks van hetkanWEL.

Heb jij de film The Biggest Little Farm gezien? Laat ons weten wat je ervan vond door hieronder een reactie achter te laten.