Een economie zonder afval. Dat klinkt te mooi om waar te zijn. En toch kan het. Staatssecretaris Stientje van Veldhoven investeert 80 miljoen in plannen waarmee afval van de één, grondstof is voor de ander. Oude uniformen worden dan bijvoorbeeld nieuwe handdoeken. Deze krachtige impuls is heel goed, want we moeten niet alleen visionair praten, maar vooral doen.

Tot nu toe gaf de regering 8 miljoen per jaar uit voor de zogenaamde ‘circulaire economie’. (Sorry voor deze term, weet iemand een betere?) Dit bedrag wordt nu in één jaar vertienvoudigd. Hiermee kunnen gemeenten en bedrijven hun slimme ideeën voor hergebruik, maar ook voor grond, weg en waterbouw sneller laten vliegen.

Afval als grondstof

D66 gelooft in een samenleving waar kringlopen worden gesloten en grondstoffen maximaal worden benut. Dat betekent dat afval niet langer op de vuilstort verdwijnt, maar opnieuw gebruikt wordt als grondstof voor nieuwe producten. Op die manier hoeven we niet steeds nieuwe grondstoffen te delven, want die bronnen zijn niet onuitputtelijk.

Begin gewoon

Dat is natuurlijk een prachtige visie, maar het is nog een hele opgave om dit in de praktijk te brengen. We zijn immers al eeuwenlang gewend om iets te maken, te gebruiken en vervolgens weer weg te gooien. Dus hoe gaan we die gewoonte veranderen? Mijn D66-collega en woordvoerder circulaire economie, Jessica van Eijs, heeft hierop een helder antwoord: “Ik vergelijk het met een tienerkamer. Overal ligt zooi en je weet bij god niet waar je moet beginnen met opruimen. Begin gewoon, is mijn advies. Begin daar waar jij denkt dat het beter kan.”

Praktijkvoorbeelden

Gelukkig bestaan er in Nederland al veel voorbeelden van ondernemers die gewoon zijn begonnen. Zij verdienen geld met het maken van nieuwe producten uit afval. Ze verwerken bijvoorbeeld oude uniformen tot handdoeken, maken nieuwe tassen van gerecycled vilt (i-did) of verwerken door consumenten gerecycled plastic tot nieuwe verfemmers (Koninklijke Van Wijhe Verf).

Koffiedik als grondstof

Ook met het afval van ons populairste drankje, koffie, kun je nog veel doen. Je kunt het bijvoorbeeld gebruiken om paddenstoelen op te laten groeien. De ondernemers van RotterZwam hebben daar hun bedrijf op gebouwd. Maar je kunt er ook zeep van maken, zoals het Nederlandse bedrijf Soop doet, of notitieboekjes van het bedrijf Coffee Based uit Rotterdam. En ter inspiratie: dit Amerikaanse bedrijf maakte zelfs zonnebrillen van koffieprut.

Ondernemers maken het verschil

Vaak zijn het juist ondernemers met een goed idee, die de markt echt op zijn kop zetten. Zij zetten een nieuwe, schone standaard waar iedereen van profiteert. Elon Musk is zo’n ondernemend visionair die geloofde in stekkerauto’s voor de massa. Eerst werd hij door grote autofabrikanten uitgelachen, maar inmiddels volgt de hele industrie zijn voorbeeld. BMW verwacht over uiterlijk zes jaar net zo veel winst te halen uit auto’s zónder als mét uitlaat.

Ook op het gebied van grondstoffen wil D66 baanbrekende ondernemers de ruimte geven. Dan maken we echt werk van een economie zonder afval. Daarom is het belangrijk dat deze bedrijven en gemeenten hun plannen vaart kunnen geven met de miljoenen van Stientje.

Urgenda-vonnis

Er is nog een reden waarom dit voor D66 van groot belang is. Als we investeren in circulaire plannen, die direct kunnen worden uitgevoerd, dan telt de milieuwinst ook mee voor het Urgenda-vonnis. In dit vonnis uit 2015 bepaalde de rechter dat de staat de broeikasgassen in 2020 met minimaal 25% heeft verlaagd ten opzichte van 1990. Op dit moment komt het kabinet nog niet in de buurt van dit doel, omdat het zich vooral op 2030 richt.

Maar we leven in een rechtsstaat, dus dat door de rechter bepaalde doel móeten we gewoon halen. En als dat lukt met de miljoenen van Stientje is dat dubbelmooi: goed voor het klimaat en goed in de strijd tegen de afvalberg.