We zitten middenin het Slow Fashion Season. Meer dan 10.000 mensen hebben zich opgegeven voor deze challenge en proberen de hele zomer, drie maanden lang, geen nieuwe kleding meer te kopen. Daarmee besparen ze samen maar liefst 360 miljoen liter water en 1.4 miljoen kg CO2-uitstoot. De moeite waard lijkt me en gezien mijn goed gevulde kledingkast zou het voor mij ook niet echt een probleem moeten zijn.

Toch spookt er al dagenlang een schattig wit bloesje door mijn hoofd, dat ik niet echt nodig heb, maar toch per se wil hebben! En het erge is: het is van een merk, dat ab-so-luut niet duurzaam is. Bovendien weet ik, rationeel, dat het kopen me slechts een kortstondig geluksmoment zal bezorgen, dat op geen enkele manier blijvend is. Waarom wil ik het dan toch? Hoe werkt dat in mijn hersenen?

Prefrontale hersenschors

Nader onderzoek wijst uit dat het aan mijn prefrontale hersenschors ligt. In een interview met Psychologie Magazine legt neuropsycholoog Margriet Sitskoorn uit hoe dat zit. We staan voortdurend bloot aan allerlei prikkels en verleidingen. Als we willen, kunnen we de hele dag door bingewatchen, gamen, over het net scrollen, fastfood eten, fast fashion kopen etc. Onze hersenen zijn zo ontwikkeld, dat we het genot dat dit alles belooft te brengen, meteen willen pakken. Doen! En wel meteen! is de boodschap.

Je kan je brein trainen

Het goede nieuws is, dat we die prefrontale hersenschors kunnen trainen om de rem erop te gooien als we de neiging hebben om à la minute dat genot te pakken. We hoeven dus niet slaafs onze impulsen te volgen om op die manier een makkelijke prooi te zijn voor de marketingmachine, die ons continu geluk belooft (als we maar kopen). Zo besparen we niet alleen bakken met geld en tijd, maar helpen we moeder aarde ook een handje. Minder spullen zorgen immers niet alleen voor een kleinere afvalberg, maar ook voor minder CO2-uitstoot in het productieproces en een lager verbruik van grondstoffen, die toch vrij uitputtelijk blijken te zijn.  Win-win-win, dus eigenlijk.

Het roer omgooien

Alleen, dat trainen van die hersenen klinkt natuurlijk een stuk makkelijker dan het feitelijk is. Volgens Sitskoorn is het een kwestie van het roer omgooien en dat volhouden. Dus: oefenen om niet meteen op dezelfde manier te reageren door inderdaad maar lukraak te kopen, maar dat patroon actief te doorbreken. Jezelf dus bij de kladden te grijpen door bewust níet te kopen. Ook -of misschien wel juist- als je brein bijna letterlijk tegen je schreeuwt, dat je toch wel één keer een uitzondering kan maken door dit ene witte bloesje te kopen (in mijn geval)? Want: hoe streng moet je zijn voor jezelf? Je doet al zoveel goeds. Et cetera, et cetera, et cetera.

Koopverslaafd

Het ‘niet kopen’ van een item dat je wel graag wilt hebben, verandert hierdoor ineens in een innerlijk gevecht, dat mij nog het meest doet denken aan afkickverschijnselen van een serieuze verslaving. En daar blijk ik niet alleen in te staan. Zo beschrijft Asha ten Broeken in een artikel in de Volkskrant, dat ze na een maand niks kopen (maar wel heel veel willen kopen en dat ook bijhouden in een wensenlijstje) toch maar even ging googelen op ‘koopverslaving’. Die neiging had ik zelf ook, terwijl ik mezelf toch niet een overdreven spullen- dan wel kledingverzamelaar vind.

Wensenlijstje

Het wensenlijstje van Asha biedt deels uitkomst, want de spullen (kleding of anders), die je nu echt móet hebben, blijken verrassend snel te vervelen. Ook als ze slechts virtueel aangeschaft worden en dus feitelijk alleen op een lijstje belanden met foto (lees Pinterest – nog zo’n verslaving waar we het hier nu niet over gaan hebben) en niet echt aangeschaft worden. Tamelijk confronterend.

Niet-kopen

Een andere conclusie van haar experiment om een half jaar niks nieuws te kopen, is deze: ook niet-kopen, moet je niet overdrijven. Als je jezelf een minimalistisch bestaan met ijzeren hand gaat opleggen, ben je namelijk nog de hele dag met spullen en zelfbeheersing bezig, maar dan in de vorm van niet-hebben. En dat levert -zo schrijft ze- geen ruimte op in je hoofd, maar een licht overspannen prefrontale hersenschors. Iets dat ik enigszins herken, of misschien wel wíl herkennen, omdat ik nu dus al dagen bezig ben met het niet-kopen van dat witte bloesje.

Nieuw en duurzaam of tweedehands

De gulden middenweg of het ouderwetse Hollandse polderen, lijkt hier dus de oplossing. Maar áls we dan toch iets gaan kopen, is het misschien wel een goed idee om ons te beperken tot duurzame of tweedehands producten. Wat heeft jullie voorkeur?  Die vraag legden we deze week voor in onze poll. En wat blijkt? De meerderheid (57%) is voor het kopen van tweedehands kleding. Good on you! Ik ga dus op zoek naar een schattig, wit, tweedehands bloesje. En daarmee is de kous af.

Heb jij nog tips om met koopverslaving of koopdrang om te gaan? Laat het ons weten door hieronder een reactie achter te laten.