In deze tijd vind ik niks leuker dan bezig zijn in mijn tuin. Ik ben een geluksvogel want ik heb er twee. Eentje achter mijn huis, en -iets verder op- een moestuin van 200 vierkante meter. Ik hou van wilde bloemen, grassen, gekke groenten en kruiden. In mijn tuin liggen sprokkelhout en steenstapels. En dat trekt allerlei beestjes aan. Wil jij ook weten hoe je meer dierenleven in je tuin krijgt en zorgen voor meer biodiversiteit? In het kersverse boek “Maak je eigen jungle” van Katja Staring lees je er van alles over. Hier onder alvast wat handige tips uit dit boek, zodat je deze zomer op safari kunt in je eigen tuin.

Jouw tuin als stapsteen

Het is voor insecten, vogels, vlinders en kleine zoogdieren heel fijn als er groen in de buurt is. Een niet al te nette, beetje rommelige tuin biedt een soort mini-ecosysteem waar veel dieren een plekje vinden. En al helemaal als er ook een beetje water te vinden is. Als er meer tuinen naast elkaar liggen, die verbonden zijn -via bijvoorbeeld groen- of naast elkaar liggen -zonder dichte schutting- dan is dat helemaal gunstig. Dus mocht je een schutting hebben, zorg dan voor een opening. Egels zullen je dankbaar zijn.

jungle ineke van zanten

Eten en gegeten worden

Hoe meer verschillende biotopen je in je tuin hebt, des te meer verschillende diersoorten een plekje kunnen vinden in je tuin. Een biotoop is een wereldje op zich. Je hebt zon- en schaduwplekken, vochtig of juist droog, struikgewas, bloemen, kale grond of gazon. Elk van die werelden herbergt zijn eigen diersoorten. Heb je veel variatie in je tuin, dan zul je ook meer verschillende soorten dieren treffen. Al die dieren samen vormen een soort web: van eten en gegeten worden. Lieveheersbeestjes eten bladluizen. Egels eten slakken en insecten, mezen eten onder meer rupsen (ook de eikenprocessierups…), spinnen en zaden enzovoort.

Vlinders en bijen

Wil je vlinders je tuin? Zorg er dan voor dat er genoeg planten in je tuin staan, waar ze nectar kunnen vinden of eitjes kunnen leggen. In het tuincentrum staan deze planten vaak bij elkaar. Natuurlijk kun je ook gewoon een zakje bijen- en vlinderzaad uitstrooien. Er zijn in Nederland wel 300 soorten solitaire bijen, dat wil zeggen dat ze niet in een volk leven, maar alleen. Ze maken hun nesten in de grond, holle stengels, dood hout of insectenhotels.

Als je struiken plant, denk dan eens aan struiken die niet alleen mooi bloeien, maar bessen hebben in het najaar. Zo ben ik zelf nogal fan van de Meidoorn. De witte bloemen trekken veel insecten aan, die worden gegeten door winterkoninkjes en roodborstjes. En in het najaar zijn de bessen gewild voedsel voor bijvoorbeeld de merel en de zanglijster. De doornige takken, vormen een prima plek voor klein grut om beschutting te zoeken.

Waar begin je?

Kijk eerst hoe je tuin er nu uitziet, wat voor biotopen heb je al? Zit er leven in de bodem? Zijn er voldoende kleine rommelhoekjes voor dieren om te schuilen? Wat ik zelf ook heel leuk vind is om een lijstje te maken van alle dieren die in de tuin zie. Niet dat ik ze allemaal ken, maar met google, boekjes en een beetje hulp kom ik een heel eind. Vandaag heb ik aan mijn moestuin een nieuw biotoop toegevoegd. Een oude ingegraven speciekuip, met takken en wat stenen er om heen, wordt hopelijk een leefgebiedje voor de Gewone Pad of misschien zelfs wel de Kleine Watersalamander. In deze minivijver heb ik  natuurlijk wel een schuine plank gezet, want anders kunnen de dieren er straks niet meer uit. De takken zijn bedoeld als schuilplek.

Wil je ook op avontuur?

Wil je meer weten over hoe je van jouw tuin een oase kan maken voor allerlei dieren? In het boek staat een handig stappenplan en checklists om je tuin om te toveren tot een mini-oerwoud. Ook vind je er heel veel informatie over welke dieren vaak in tuinen zijn te vinden en slimme lijstjes voor planten en struiken die goed zijn voor dieren. Wil je de checklist winnen? Laat dan onder dit blog een reactie achter. En je kunt het boek ‘Maak van je eigen tuin een jungle’ eventueel hier bestellen of bij je (lokale) boekhandel.