Het was een impulsactie, dat moet ik eerlijk toegeven, maar ik wist waar ik aan begon. Hiervoor had ik 17 jaar twee katten gehad en na een paar jaar zonder was het weer tijd voor een kitten, vond ik.  Maar wat is eigenlijk de milieu impact van mijn huisdier? 

Juno haalde ik uit het asiel. Ze was op straat geboren en getogen ten tijde van de lockdown en was zo mensenschuw, dat ze de eerste week bij mij thuis amper tevoorschijn kwam. Ze verstopte zich achter een afvoerpijp in een hoek van de keuken, maar uiteindelijk won haar nieuwsgierigheid het van de angst.

Vorige week mocht ik haar voor het eerst aaien en tegenwoordig volgt ze me door het huis. Als ik een artikel schrijf, zoals nu, ligt ze naast mijn laptop op tafel. Als ik op de bank hang, kruipt ze naast me (op schoot vindt ze nog te eng) en als ik mijn tanden poets zit ze op de wc met een schuin kopje nieuwsgierig naar me te kijken. Het is een mooi proces om te zien hoe zo’n jong straatkatje zich steeds veiliger gaat voelen en steeds vaker op de stoel zit in plaats van eronder.

Milieu impact huisdier

Toch las ik deze week in een oud interview met eco-activiste Babette Porcelijn in Trouw (2017), dat honden en katten niet bepaald goed voor het milieu zijn. “Amerikaanse huisdieren eten evenveel vlees als alle Fransen bij elkaar,” zegt ze. En dus kwam bij mij onmiddellijk de vraag op hoe milieuvriendelijk het eigenlijk is om een huisdier te nemen? Want toegegeven: mijn afval is enorm gestegen door de blikjes voer en de zakjes kattenstront. En dan heb ik het nog niet eens over de impact van het vlees, dat ik als vegan zo zorgvuldig mijd, maar (met de nodige tegenzin) wel aan mijn kersverse kitten geef.

De impact van voer

‘Het voer van je huisdier heeft de meeste milieu-impact’,  staat te lezen op Milieu Centraal. Dat zegt ook Niels Jungbluth van ESU Services (een onderzoeksbureau dat gespecialiseerd is in milieuonderzoek) in het AD (2019). “Het is vooral de grote voerconsumptie die impact heeft op het milieu.” Vleeseters zoals honden en katten hebben daarbij beduidend meer impact dan planteneters zoals konijnen of cavia’s. Verder is droogvoer minder belastend dan nat voer. En is vers vlees of vis weer meer belastend dan blikvoer, zeker als het gaat om vlees dat mensen ook kunnen eten, zoals biefstuk of een verse vis.

Babette Porcelijn stelde twee jaar geleden dat we bijna een derde van de westerse vleesconsumptie kunnen besparen met vegetarische huisdieren. Ze liet een dierenarts uitzoeken hoe het zit met vegetarisch voer voor huisdieren en dat ‘blijkt hartstikke veilig als je maar het goede spul neemt’, zo lees ik op de site van Nudge. Toch twijfel ik daar persoonlijk aan: een kat is geen mens. En op dierenarts.nl lees ik dat een hond eventueel wel vegetarisch kan eten, maar dat een kat echt absoluut vlees nodig heeft.

Daarbij komt, dat het nog maar de vraag is hoeveel milieuwinst je boekt door je hond vegetarisch eten te geven. In honden- en kattenvlees zitten namelijk vaak bijproducten, die mensen zelf niet willen eten, zoal hart, longen of uiers. Afval dus. Als je dat in de gaten houdt en je overvoert je huisdier niet (zoals we wel vaak doen: 35% van onze huisdieren is te dik), dan valt het nog te overzien.

De impact van de kattenbak

Goed nieuws: een kattenbak bepaalt maar 7% van de milieu impact van de kat. Kattendrollen moeten, net als hondendrollen, bij het gewone afval en dus niet in de gft-bak. Ook kattengrit hoort bij het restafval. Als je elke dag de drollen uit de bak schept, gaat het minder stinken en hoef je het grit minder vaak te vervangen. Dat scheelt weer voor het milieu. Dat gaat makkelijker bij grit dat klontert, want dan kan je ook de plas mee scheppen en blijft de bak langer schoon. Op de meeste verpakkingen staat het materiaal genoemd. Daarbij heeft Silicagel uit China een zeer hoge impact en Turkse witte bentoniet een zeer lage impact. Hier zie je de kattengrit lijst van Milieu Centraal. Kies zoveel mogelijk voor afbreekbare zakjes om je honden- en kattendrollen in te doen.

Samengevat:

Een huisdier is belastend voor het milieu, maar er zijn manieren om dat binnen de perken te houden.

  • Kies voor een dier uit het asiel, want deze dieren zijn er al en zitten daar toch maar te wachten op een baasje. Houd er wel rekening mee dat sommigen wat meer tijd, aandacht en geduld nodig hebben, omdat ze eventueel een (klein) trauma hebben.
  • Kies voor biologisch voer dat uit bij- of restproducten bestaat, dat niet door mensen gegeten wordt. Droogvoer heeft minder impact dan nat voer. En nat voer heeft minder impact dan vers vlees dat eigenlijk voor mensen bedoeld is.
  • Kies voor afbreekbare zakjes om je katten- en hondendrollen in te doen (gooi het gewoon bij het restafval). En kies voor klonterende kattengrit, zodat je de kattenbak minder vaak helemaal hoeft te verschonen. Kattengrit komt er ook steeds meer in duurzame, afbreekbare materialen.
  • Kies voor speeltjes van natuurlijke materialen. Zo speelt mijn kitten heel graag met bolletjes wol die ik nog in huis had en met duivenveren die ik in de stad vind en voor haar meeneem.
  • Tweedehands is tegenwoordig booming. Ook kattenbakken, speeltjes, hondenriemen etc. kan je tweedehands kopen.

Heb jij nog tips om je huisdier zo duurzaam mogelijk te houden? Laat het ons weten door hieronder je verhaal te delen in een reactie. 

Foto: mijn straatkitten Juno, 4 maanden oud