De herfst staat in veel huishoudens gelijk aan lange avonden op de bank, het liefst onder een dekentje en naast een rij brandende kaarsen. Een kaars zorgt voor gezelligheid en het geeft tegelijkertijd warmte af. Maar sommige mensen beweren dat het branden van kaarsen ongezond is, anderen zweren bij kaarsen die gemaakt zijn van natuurlijke ingrediënten zoals soja en bijenwas. Hoe zit het? HetkanWEL zocht het voor je uit.

Waar is een kaars van gemaakt?

De meeste kaarsen die in de winkel liggen, zijn gemaakt van paraffine of stearine of een mengsel van deze twee. Paraffine wordt verkregen uit aardolie en bruinkoolteer en is vaak een bijproduct van de productie van smeerolie. Stearine bestaat uit vetzuren van dierlijk of plantaardig vet. Het wordt meestal gewonnen uit slachtafval van kippen, varkens en koeien of is vaak gemaakt van palmolie. En voor palmolie, zo weten we, moeten vaak hele stukken regenwoud wijken.

Er bestaan ook kaarsen die van duurzamer materiaal gemaakt zijn. Denk daarbij aan plantaardige was, dat gemaakt is van bijvoorbeeld lijnzaad, kokos of soja. Het is wel ingewikkeld om te achterhalen waar deze producten vandaan komen en of ze op een milieuvriendelijke manier verbouwd zijn.

Er bestaan ook kaarsen van bijenwas. Bijen maken de vettige stof met de wasklieren in hun achterlijf en gebruiken het als bouwmateriaal voor de honingraat. Van de was van de oude raten die niet meer gebruikt worden, worden kaarsen gemaakt. En als die kaarsen van een imker uit de omgeving komen, is dit dan ook de meest duurzame keuze. Al is het natuurlijk niet vegan om een kaars van bijenwas te hebben.

Waxinelichtjes zijn kaarsjes, die in aluminium cupjes zitten. Super makkelijk, maar niet heel goed voor het milieu. Het produceren van die cupjes kost namelijk veel energie. Het is dus beter om te kiezen voor theelichtjes zonder cupje en deze bijvoorbeeld in speciale theelichthouders te zetten.

Het branden van kaarsen

Volgens hoogleraar milieu-epidemiologie Bert Brunekreef maakt het voor onze gezondheid niet zoveel uit of een kaars van paraffine of van bijenwas is gemaakt. Het gaat om het branden van de kaars. Daarbij komen per definitie schadelijke stoffen vrij, zoals CO2 en roet, zegt Brunekreef. Uit een onderzoek blijkt dat mensen die aangaven thuis kaarsen te branden, meer blootgesteld waren aan roet en stikstofoxiden. Er komt dus fijnstof vrij als je een kaarsje brandt, maar dat is ook het geval bij koken op gas, roken of een open haard branden. Eens in de zoveel tijd een kaarsje branden terwijl je op de bank ligt, is dus niet schadelijker dan koken op gas of roken.

Theo de Kok, toxicoloog aan Maastricht University, stelt dat de hoeveelheid fijnstof die kaarsen uitstoten wel verschilt. De temperatuur van verbranding en het soort lont spelen bijvoorbeeld een rol. En de plek waarop je de kaars neerzet. Als de kaars op een plek staat waar veel luchtstroming is, verspreiden de slechte stoffen zich meer. En een wapperende kaars die op de tocht staat, gaat meer walmen en ook dat draagt bij aan meer luchtvervuiling in huis. Toch vindt hij dat je prima af en toe een kaarsje kan branden, als je maar voor genoeg ventilatie in huis zorgt.

Conclusie

Het is dus niet nodig om alle kaarsen nu uit je leven te bannen. Het zorgt nog steeds voor gezelligheid, warmte en licht, zonder dat je daarvoor stroom nodig hebt. Qua gezondheid en de uitstoot van schadelijke stoffen maakt het niet uit of je een kaars van soja of bijenwas aansteekt of een kaars die gemaakt is van paraffine of stearine, als je maar voor goede ventilatie zorgt. Als je kijkt naar het milieu, is de bijenwaskaars of een gerecyclede kaars de groenste optie, omdat hiervoor geen tropisch regenwoud gekapt hoeft te worden. Een gerecyclede kaars kun je zelf maken door de restjes van andere kaarsen opnieuw te laten smelten.

Wat voor kaarsen brandt jij? Laat het ons weten door hieronder een reactie achter te laten.