De behoefte aan anders wonen, is groot. Een groeiend percentage mensen wil niet meer ‘gewoon’ in een huis van een projectontwikkelaar wonen, maar wil meer zeggenschap over huis en omgeving. Zelf bouwen, lagere woonlasten, een kleinere footprint en contact met de natuur en elkaar spelen daarbij een belangrijke rol. Er moet meer ruimte komen voor collectief wonen en gemeenten moeten dat mogelijk maken, vindt Liezelotte Nagtegaal. Ze initieerde daarom het Manifest ‘Passend beleid voor collectieve en andere woonvormen’.

Liezelotte werkt zelf bij de gemeente Amsterdam, al is ze er vanwege corona al een tijdje niet meer geweest. Ze werkt, net als de meesten van ons, vooral vanuit huis. En dat is in haar geval een tiny house in Kleinhuizen in Zeist. Daar woont ze met haar man en twee kinderen (5 en 7). “De lockdown begon net nadat we in een tiny house waren gaan wonen. Soms denk ik weleens ‘kon ik me maar even terugtrekken’, maar ik maak de lockdown veel liever hier mee, dan in ons vorige, grote huis,” vertelt Liezelotte.

collectief wonen

Anders wonen

De drang om anders te wonen, is bij haar al heel oud. “Ik heb me mijn hele leven al prettiger gevoeld in de buitenlucht en in kleine, geborgen ruimtes zoals een tent. Toch woonden we met onze kinderen in een groot, vrijstaand huis in Leusden. Met een tuin rondom, dus best wat groen, maar er was ook heel veel steen in de wijk. Daar werd ik onrustig van.”

“Het begon met een gedachtenexperiment om in een tent te gaan wonen. Ik ging alvast ontspullen en anders kopen, maar de echte omslag kwam toen we met onze kinderen vier maanden op fietsvakantie gingen. Mijn man had een karretje achter zijn fiets met de kinderen erin en we hadden een klein trekkerstentje mee en heel weinig spullen. We waren zo gelukkig op die reis: we zijn vier maanden buiten geweest, van camping naar camping getrokken en hebben heel veel leuke mensen ontmoet. Toen we terugkwamen in ons huis in Leusden, dachten we: nu is het klaar, we gaan het anders doen.”

collectief wonen

Een tiny house

Uiteindelijk werd het geen tent, maar een tiny house. Sinds anderhalve jaar wonen ze daarmee in Kleinhuizen: een community van 15 tiny houses op een tijdelijke woonplek middenin de natuur, vlakbij Zeist. “We hebben geen moment spijt gehad. Het buitengevoel, de connectie met de natuur en met de mensen om ons heen. Maar ook het hebben van minder huis en dus minder spullen waar je verantwoordelijk voor bent: dat gaf rust. Dat waren voor mij dan ook de belangrijkste beweegredenen. Het hebben van een kleinere footprint en lagere woonlasten is ook heel prettig, maar het was niet de hoofdreden. We zijn ook niet minder gaan werken of van baan gewisseld. Maar dat het kan als ik zou willen, is fijn.”

Blokkades en knelpunten

Liezelotte merkt dat de behoefte aan anders wonen groot is. Tegelijkertijd stuitten mensen vaak op blokkades en knelpunten bij de gemeente. “Die zijn overal anders, maar we merken dat het voor initiatiefgroepen moeilijk is om grond te vinden. De grond is er wel, maar het is ongebruikelijk dat een groep particulieren daar iets mee gaat doen. Vanuit de gemeente vraagt dit om maatwerk en dat kost veel tijd, terwijl ambtenaren het al heel druk hebben. Zo’n initiatiefgroep van tien huishoudens krijgt dan geen prioriteit. Grote bouwprojecten gaan dan voor en dat is jammer.”

collectief wonen

Manifest collectief wonen

Met het Manifest ‘Passend beleid voor collectieve en andere woonvormen’ wil Liezelotte enerzijds aan de gemeenten laten zien dat de groep mensen die anders willen wonen groter is dan men denkt. En anderzijds wil ze de politieke partijen stimuleren om concreet beleid voor andere woonvormen op te nemen in hun verkiezingsprogramma voor de gemeenteraadsverkiezingen van 2022. “Het gaat niet alleen om tiny houses, maar het collectief, de community. Anders wonen kan overal in verschillende stijlen en vormen. In Amsterdam wordt er bijvoorbeeld veel gedaan met coöperaties, zoals De Warren of Wij_Land. In Olst heb je aardehuizen, de natuur inclusieve woonwijk Olstergaard en erfdelen. In Boekel heb je een heel ecodorp.”

“Vaak willen gemeenten wel samenwerken met bewonersinitiatieven, maar loopt het ergens spaak. In beleid en wetgeving is veel mogelijk, maar dat is niet bij alle gemeenten bekend. Het zou fijn zijn als gemeenten onderling hun kennis en ervaringen delen, zodat het bewustzijn groeit. De behoefte aan collectief wonen is er. Het borrelt overal. En we kunnen in weinig tijd echt veel voor elkaar krijgen. Kijk maar naar Marjolein Jonker en haar tiny house beweging. Een paar jaar geleden had nog niemand van tiny houses gehoord!”

Ondertekenen

Hoe meer mensen het manifest ondertekenen, hoe groter het gebaar naar de gemeenten is dat er meer ruimte moet komen voor anders en collectief wonen. Het manifest is al door meer dan 750 individuen, intiatiefgroepen en organisaties ondertekend, waaronder hetkanWEL.

Maandag begint de Anders Wonen maand bij hetkanWEL. Schrijf je in voor de speciale Nieuwsbrief en de online masterclasses over Wonen in een tiny house van Marjolein in het Klein en Anders wonen, hoe maak je het mogelijk van Triodos Bank.

Foto’s: de buitenfoto’s zijn gemaakt door Bluemonque voor het boek Tiny Houses -Living van Monique van Orden. De foto binnen is gemaakt door Marco Keyzer / Keyzer Fotografie.