eierindustrie
kip

Tik eens géén eitje: dit is er mis met de Nederlandse eierindustrie

Dat het vanwege dieren-en milieuwelzijn een goed idee is om minder dierenvlees-en zuivel te gaan eten, dat weten de meeste mensen inmiddels wel. Maar wat is er mis met de eierindustrie, vragen velen zich af? Ik behoorde zelf jarenlang tot die vragenstellers. Want, dacht ik: kippen leggen toch sowieso regelmatig een ei. Wat is er dan mis mee om dat op te eten? Nou, dit: als consument van eieren draag je onbedoeld, en vaak ook onwetend, bij aan immens dierenleed.

Misleidende eierindustrie

De labels die er in Nederland voor kippenvlees worden gebruikt, laten goed zien hoe consumenten worden misleid. Over de ‘scharrelkip’ en haar ‘scharreleieren’, en over de ‘vrije uitloop- kip’ denken consumenten bijvoorbeeld dat het dier een beter leven had dan de zogenoemde ‘legbatterijkip’ of de ‘plofkip’. En dat is ook zo, maar dat ‘beter’ is nogal een relatief begrip – alleen dát staat nergens uitgelegd op de verpakking.

Plofkippen – die eet je in fastfoodrestaurants en in sommige horecazaken – zijn speciaal gefokt om binnen heel korte tijd heel erg dik en groot te worden. Daardoor kunnen ze vaak niet goed lopen.  Al na zes weken zijn ze slachtrijp. Ze wegen dan al zo’n 2,5 kilo. Tot die tijd leven ze met negentien kippen per vierkante meter in een grote stal. Dat is minder ruimte dan een bloemkool gemiddeld op het land krijgt. Omdat de kans groot is dat de op elkaar gepropte kippen elkaar verwonden of ziek worden (wat in beide gevallen zou leiden tot verlies voor de boer, want het vlees van een zieke of te vroeg gestorven kip kan niet worden verkocht), krijgen plofkippen in de eierindustrie preventief antibiotica toegediend en wordt de punt van hun snavels weggebrand.

Zonder verdoving. En dat terwijl de snavel het belangrijkste tastorgaan van de kip is, en dus extreem gevoelig.

Pluimveehouders nemen dus niet de oorzaak van het lijden weg (te veel kippen in een te kleine ruimte), maar kiezen ervoor om de dieren aan te passen – letterlijk. Ook dat staat niet op de verpakking van je kipnuggets of op de menukaart bij de chickenburger– zelfs niet in de allerkleinste lettertjes.

En scharrelkippen dan?

Het label ‘scharrelkip’ wekt expliciet het idee dat die kip het een stuk beter heeft gehad dan haar plofzusters. Kopers van ‘scharreleieren’ en ‘scharrelvlees’ denken vaak dat een ‘scharrelkip’ gedurende haar leven gemoedelijk over een groot buitenterrein heeft kunnen scharrelen. In werkelijkheid leeft een scharrel-legkip met gemiddeld negen stuks op een vierkante meter. In tegenstelling tot plofkippen en legbatterijkippen mogen de scharrelkippen inderdaad loslopen; maar dan wel met zijn honderden in een enorme, afgesloten stal, waarin ‘scharrelmateriaal’ op de bodem is gelegd.

Scharrelkippen hebben soms een uitloop aan de stal waar ze naar buiten kunnen, maar dit is geen verplichte eis voor het keurmerk. Als er al een buitenruimte is, kan een kip daar nou niet bepaald ‘vrij’ rondlopen: ze heeft gemiddeld vier vierkante meter tot haar beschikking. Scharrelkippen krijgen – net als plofkippen – preventieve antibiotica, hun snavel wordt weggebrand en ze groeien zo snel dat het lucratief is voor pluimveehouders om ze na ongeveer negen weken te slachten.

Maar ik koop eieren van de boer! 

Het kan, natuurlijk, dat jij je eieren op een lokale markt koopt, ‘direct van de boer’. Of misschien heb je zelfs kippen gekocht, die nu vrolijk tokkelend in je achtertuin ronddartelen. Dat is opzich een goed idee, want het is waarschijnlijk dat die kippen een fijner leven hebben, dan in de gemiddelde eierproductie-fabriek. Maar of ze een langer, en comfortabeler leven leiden, is maar zeer de vraag. In de natuur legt een kip namelijk tussen de 15 en de 20 eieren per jaar, maar in onze hoogtechnologische economie hebben we kippen zo doorgefokt, dat ze er inmiddels gemiddeld 200-300 leggen. Daardoor lijden veel kippen aan nare pijntjes, ziekten en stress – het komt bijvoorbeeld steeds vaker voor dat eieren ‘vast’ blijven zitten in hun lijf, of dat het vele leggen, pijnlijk is.

Ook de kippen van de boer om de hoek, of zelfs de kippen in jouw zelfgetimmerde hok zijn bijna altijd op die manier gefokt. Door daarvoor te betalen, steun je dus ook een industrie die ervoor zorgde dat kippen een lucratief soort broedmachine werden. Sterker nog: je steunt een industrie die elke dag, wereldwijd, miljoenen gezonde kuikentjes doodt. Want zodra mannelijke kuikentjes uit het ei gekropen zijn, worden ze levend vermalen of vergast, want zij kunnen geen eieren leggen en worden daarom beschouwd als ‘restproduct’ van onze eierproductie.

Dus… nooit meer zo’n lekker roereitje? 

Eh, nee. Maar, weet ik inmiddels: een broodje tofu scramble doet het ook prima op zondagochtend (probeer dit recept van Lisa Goes Vegan maar eens), en voor een uitgebreide brunch maak je een makkelijke vegan variant van de klassieke eiersalade, zoals deze van Squatcilla. Net zo lekker, en een stuk minder wreed!

 

Over de schrijver

3 reacties op “Tik eens géén eitje: dit is er mis met de Nederlandse eierindustrie”

  1. Het klopt wat in het artikel staat. Daarom koop ik al 30 jaar alleen biologische eieren (inderdaad met de 0-code) en biologische kip. Dat is veel duurder, maar geen dier hoeft voor mij te lijden. Bovendien is er een geweldig initiatief: de Kipster. Zou leuk zijn als jullie daar eens over schrijven. En dingen zoals eiersalade en kipkerrie salade kun je zelf maken, want juist in de bewerkte producten zitten goedkope eieren en vlees.

  2. Ik heb zelf kippen. Zij leggen meestal vanaf februari tot en met september. Deze eitjes eet ik lekker op. Ze hebben een groot hok, voor vier kipjes en een haan hebben ze ongeveer 6 vierkante meter tot hun beschikking. En ze mogen daarnaast ook vaak buiten het hok lopen.

    Ook haal ik eieren bij de boer. Daar lopen ze vrij rond. Vanaf tien uur zijn ze buiten. Er is genoeg schaduw buiten en ze kunnen ook weer naar binnen. ‘s Avonds gaan ze weer naar binnnen, dit zijn vrije-uitloopkippen.

    Consumenten moeten weer hun producten bij de boer kopen en niet in de supermarkten. Boeren moeten heel veel produceren, want de consument is vaak niet bereid om iets meer te betalen. De grootgrutters verdienen het meest.

  3. Ik ben het ten eerste helemaal met je eens MAAR:
    Er worden in de supermarkt ook eieren verkocht met de ‘0’ erop. Biologisch.
    Het artikel gaat daarop niet in.
    Waarom niet?
    En hoe zit het met bui-kippenvlees?

Reacties zijn uitgeschakeld.