In 5 stappen tegels uit je tuin en groen erin: zo pak je dat aan

Het NK Tegelwippen is weer begonnen en ook dit jaar doet weer een recordaantal gemeenten mee. Terecht, want meer groen zorgt voor een betere afwatering na een grote plensbui, zorgt voor verkoeling in de steeds langere en warmere zomers en vergroot de biodiversiteit in de stad. Mits je kiest voor inheems en biologische planten, want daar hebben onze bijen en andere insecten vooral behoefte aan. Daarbij komt dat het kijken naar groen stress wegneemt, je concentratie vergroot en ervoor zorgt dat je sneller beter wordt als je ziek bent. Goed, tot zover de voordelen. We zijn om (toch?) Maar hoe pakken we dat aan: de tuin vergroenen?

Allereerst wil ik nog een klein misverstand uit de weg helpen, dat vaak enorm in de weg zit bij het vergroenen van je tuin. Het hardnekkige idee dat tegels minder werk opleveren dan planten. Dat is namelijk niet zo. Tegels krijgen groene aanslag (lees hier onze tips tégen die groene aanslag) die je eraf moet schrobben (wil je niet lelijk uitglijden). Er piept voortdurend allerlei groen tussen de tegels door, die je moet verwijderen. Tegels verzakken en moeten weer recht gelegd worden. En ‘ongedierte’ (tussen haakjes, want het is alleen ongedierte omdat wij dat vinden) zoals mieren vinden er een welkom thuis, wat dan ook weer voor overlast zorgt: lange colonnes naar de kan met limonade die je net op tafel had gezet.

Goed, helder dus: groen is the way to go. Maar hoe pak je dat aan als je tuin vol tegels ligt en je wil er graag wat groen voor terug. Zo:

1.Wip de tegels uit je tuin

Je kan natuurlijk als een malle beginnen om overal tegels te wippen, maar je kan het ook gedeelten doen. Want wellicht wil je toch ergens wat tegels overhouden om je stoel en tafel en parasol neer te zetten. Bepaal dus eerst welke tegels je eruit wil hebben. Plaats dan je schop tussen twee tegels en wrik net zo lang tot ie los komt te liggen. Begin aan de rand is onze tip, maar los daarvan: de eerste tegel is vaak het moeilijkst. Die tegels kan je vaak gratis wegbrengen of laten ophalen (afhankelijk van je gemeente), maar je kan ze ook opnieuw gebruiken, bijvoorbeeld:

  • Bouw er een insectenhotel van in de hoek van je tuin (stapeltje stenen met ruimte ertussen waar insecten lekker in kunnen schuilen)
  • Gebruik ze om een kruidenkrul mee te bouwen: een krullende toren met aarde erin voor de kruiden
  • Bouw er een moestuinbed mee (door ze op de kant te zetten, heb je een rand waardoor de aarde niet makkelijk wegspoelt)
  • Gebruik ze als borderranden; ook leuk als je border wil met verschillende hoogtes, dan kan je de tegels makkelijk als muurtje gebruiken
  • Je kan ze ook gebruiken om bloempotten op te zetten op het terras, zodat je hier een beetje verschil in hoogte creëert
  • Maak er een tuinmuur mee met uitsparingen, zodat er planten tussen kunnen groeien
  • Maak er een bankje of zitje van door ze op te stapelen (kussentje erop en je zit heerlijk)
  • Leg ze in een vijver als verstopplekje voor verschillende diertjes

Nog niet genoeg? Check dan hier en hier voor nog meer ideeën.

2.Graaf het zand af

Onder tegels ligt meestal geel zand om ze op hun plek te houden. Niks mis mee, maar voor leuke planten die het een beetje goed doen, is aarde nodig. Graaf daarom een flinke laag (minimaal 30 centimeter zand) weg en vul dat met biologische aarde. Dat is even een klusje (afhankelijk van hoeveel tegels je weghaalt natuurlijk), want aarde is zwaar. Dus je kan ook de krachten verenigen en het samen met buren doen om elkaar zo te helpen (wel zo gezellig ook). Check even bij jouw gemeente of ze al dat afgegraven zand komen ophalen, maar anders kan je het ook gebruiken om hoogteverschillen te creëren (want als je de hoogte ingaat hoeft niet álle grond vruchtbare, biologische aarde te zijn). Lees hier hoe je een gezonde bodem krijgt en hier hoe duurzaam potgrond eigenlijk is (ja, dat is een relevante vraag).

3. Research: wat moet waar?

Dit is natuurlijk het allerleukste deel van het hele traject waarin je je tegels eruit wipt en de boel vergroent, want hier gaat het leven. Dan is natuurlijk de relevante vraag: wat voor planten of bloemen passen waar in je tuin?

  • Dat heeft alles te maken met de hoeveelheid schaduw of zon en natuurlijk ook met het type grond (op de kleigrond in het hoge Noorden groeien nou eenmaal andere planten dan op veengrond of zandgrond). Een beetje research is hier dus op z’n plaats, want je wilt natuurlijk wel dat de plantjes overleven.
  • Daarbij is het ook belangrijk om voor bodembedekkers te zorgen, zodat ‘onkruid’ geen kans krijgt. Ook hier weer tussen haakjes, want het is maar net welke naam we eraan geven. Veel ‘onkruid’ kan je bijvoorbeeld prima eten. Denk aan brandnetels of het blad van de paardenbloem.
  • Koop inheemse en biologische planten, want anders gaan de bijen/insecten alsnog dood en dat wil je natuurlijk niet. Bovendien ook veel gezonder voor jezelf en voor de bodem en het bodemleven. Zie hier onze lijst met plekken bij jou in de buurt waar je biologische planten kan kopen.
  • Kies zoveel mogelijk voor vaste planten: dat scheelt geld (hoef je volgend jaar niet alles weer opnieuw te kopen en te planten) en het is beter voor het klimaat.
  • Bedenk dat het leuk is dat niet alles tegelijkertijd bloeit, maar dat je zo lang mogelijk van bloemen in je tuin kan genieten, varieer dus in die bloeitijd, want hoe fijn is het als je in januari of februari al bloemen kan zien in je tuin? De verschillende soorten bloemen trekken ook weer elk hun eigen insecten aan. Ook leuk om planten te hebben die in de winter groen blijven (dat scheelt toch weer met die winterdepressie).
  • Zet alles in een simpele tekening (schaduwplanten hier, zonplanten daar, hier wil ik een bankje, daar een verhoginkje, hier komt een kruidenkrul etc.) Dat helpt als je gaat planten (maar ook bij het zoeken naar planten: hoeveel heb je waarvan nodig)

4. Let the fun begin: planten en zaaien

Na de research en het aanschaffen van planten en zaden (of misschien kan je ze wel ruilen of gratis ophalen bij de struikrovers) is tijd om alles in de grond te zetten Joepie! Of althans: ik word daar altijd heel blij van. Een algemene fout is wel (bij mij althans) dat je alles te dicht op elkaar plant, dus kijk even hoe groot de plant wordt, zodat ie over een aantal jaar ook nog genoeg ruimte heeft en geen andere planten verdringt. Check ook hoe hoog de planten worden, want je wil de grote planten achteraan hebben en de kleinere planten vooraan in het zicht. Hier kan je ook rekening mee houden als je verschillende hoogtes in je borders heb gemaakt. Ook fijn om te weten: gaat deze plant lekker over de rand van je border krullen of niet (bijvoorbeeld).

5. Achterover leunen en je suf genieten

Nu is het tijd om achterover te leunen en je suf te genieten van de planten, de bloemen, de bijtjes en andere beestjes die op jouw tuin af komen. Een kind kan de was doen (je hebt dan echt niet veel werk meer aan de tuin, sterker nog: je hoeft geen tegels meer te schrobben, hoe fijn is dat??). En nu kan je jouw tuin zelfs gebruiken als ‘sit spot’ waar we het met bosbaden expert Eefje over hadden: om de stilte in jezelf te vinden en de waardering voor en verbinding met de natuur (terug) te vinden. Ik zou zeggen: een hele fijne, tegelloze zomer gewenst!

Over de schrijver